Tag Archief van: macht

Waar begint het? Wat is het moment in je leven dat je voor het eerst probeert anderen iets te laten doen? Iets dat ze anders niet zouden hebben gedaan? Dat je tracht invloed uit te oefenen, iemand van iets te overtuigen? Meestal zal ‘onze eerste keer’ bestaan uit huilen. Soms kort, soms langdurig, tot je vader of moeder je verschoont of te eten geeft.

 

Ik huilde hartverscheurend

In mijn geval zal dat niet anders zijn geweest. Ook ik huilde hartverscheurend om gehoord te worden, en daarmee mijn zin te krijgen. Ook ik heb in de jaren daarna net als ieder ander ontelbare pogingen ondernomen om invloed uit te oefenen op de mensen om me heen. Inmiddels waren die pogingen meer doordacht en ik gebruikte er nu woorden voor. Aardige woorden, goedgekozen woorden, dreigende woorden soms ook. Woorden die de ene keer beter werkten dan de andere keer.

Ik maakte er uiteindelijk mijn vak van om na te gaan denken over wat we dag op dag doen… Macht en invloed verwerven; met woorden en beelden overtuigen. En dit alles als het even kan, op een wijze die goed voor onszelf maar ook voor anderen is. Ik ging politicologie en bestuurskunde studeren. Ik werkte als journalist, in de hoop met mooie verhalen te laten zien wat er goed ging in de wereld en wat er beter kon. Ik ging lesgeven om studenten kennis aan te reiken waarmee ze de wereld konden veranderen (al vond ik ‘begrijpen’ ook al een heel mooi resultaat). En ik schreef vier filosofische boeken waarin ik vertelde over de ‘goede’ manier om ons te verhouden tot anderen en onszelf.

 

Be the message

Een van de meest relevante theorieën die ik in al die tijd ben tegengekomen, is ook een van de meest klassieke. In zijn Retorica ontvouwde Aristoteles meer dan twee millennia geleden de drie dimensies van het overtuigen. Logos, ofwel de inhoud van een sterk betoog: feiten, argumenten en een glasheldere boodschap om beide te brengen. Pathos: de emotie waarop wordt ingespeeld bij de toehoorder. Angst of hoop, woede of tevredenheid, trots of schaamte.

De minst bekende, maar zeker niet de minst belangrijke dimensie van retorica is ethos. Daarmee doelt Aristoteles op het karakter van de spreker. Be the message, zeggen ze tegenwoordig in het Engels. Wilders is hiervan een voorbeeld. Kijk maar naar het gevaar waarop hij hamert als politicus die inderdaad bedreigd wordt. Maar ook Mandela, met zijn gevangenisverleden en geschiedenis van verzoening. Of Zelensky, met zijn stugge verzet tegen Poetins agressie.

Alle drie de elementen zie je altijd weer terugkomen. Zeker in de pogingen tot overtuiging die slagen. Of het nu gaat om TED Talks, toespraken van politici of de vele manieren waarop collega’s elkaar tot iets proberen te bewegen: er worden altijd meerdere registers tegelijk opengetrokken. De een concentreert zich daarbij op de kracht van zijn argumenten en de betrouwbaarheid van zijn feiten. De ander spreekt je aan op je verantwoordelijkheidsgevoel of misschien op een geniepig knagend stukje schaamte. Een derde weet dat ze haar jarenlange ervaring in de strijd moet gooien, en mocht die niet voor zich spreken, dan wel haar autoriteit als je leidinggevende.

 

Retorica als trukendoos

Retorica heeft in de loop der eeuwen een slechte naam gekregen. We neigen haar te zien als een trukendoos, een gereedschapskist vol instrumenten om je tegen je wil en ondanks je verstand te ‘bewerken’. Daar hebben waarschijnlijk de vele argumentatief of feitelijk zwakke betogen aan bijgedragen waaraan mensen in de loop van hun leven worden blootgesteld; betogen die vaak hun doel bereiken omdat ze maar al te effectief gebruik maken van die andere retorische elementen dan ‘logos’.

Ook speelt een rol dat het aanspreken van negatieve emoties zoals woede – laat staan: haat – tot hele vervelende gevolgen kan leiden. Wat te denken van politici die ons fact-free toespreken en de frustratie bespelen onder hun kiezers? Of van CEO’s die primair hun machtspositie inzetten in plaats van je met argumenten te overtuigen?

Overtuigingskracht maakt haar naam pas waar wanneer ze inhoudelijk klopt. En op zich is het geen probleem dat je als spreker rekening houdt met de gevoelens van je publiek. Zolang je er maar geen schade mee aanricht. De vraag is altijd: welke gevoelens wil je aanspreken, en op welke wijze doe je dat? De grootste redenaars slaagden erin om gevoelens van wanhoop en woede op een positieve wijze te beantwoorden. Martin Luther King was hiervan een voorbeeld. En toen hij in 1968 vermoord werd, bleek dit ook op te gaan voor uiteenlopende personen als Bobby Kennedy en James Brown. Allebei wisten ze een door deze moord geschokt publiek ervan te overtuigen zich waardig en liefdevol te gedragen.

 

De moderne visie van een klassieke denker

Er is nog een ander misverstand over overtuigingskracht: dat het altijd ‘vanuit de hoogte’ door grote mannen of vrouwen op een wordt losgelaten op een passief en ondergeschikt publiek. Aristoteles stelt echter dat overtuigingskracht geen passieve en makke persoon hoeft te maken van de toehoorder. Integendeel. Als het goed is, is retorica juist de manier waarop de ene volwassene de andere volwassene van iets probeert te overtuigen. Zonder dwang, zonder te ‘doceren’, en zeker zonder te beleren. Dit is een bij uitstek moderne visie van een bij uitstek klassieke denker. In onze geïndividualiseerde en gedemocratiseerde samenleving willen we ons niet langer de les laten lezen. Overtuigingskracht die uitgaat van gelijkwaardigheid is dan het alternatief.

De interessante spanning is natuurlijk wel dat soms de spreker meer kennis of inzicht heeft dan de aangesprokene. Daarmee zijn we beland bij het laatste aspect van overtuigingskracht dat ik graag aandacht geef: niet alleen sprekers maar ook toehoorders een stukje sterker maken. Het is één ding om je te bekwamen in overtuigende argumentatie. Minstens zo belangrijk wanneer mensen constant iets van je willen, is de manier waarop je omgaat met hun pogingen om jou te overtuigen. Dus train ik mensen ook graag in het beter op waarde schatten van argumenten. In de analyse van hun eigen emoties. En in het peilen van de manieren waarop andermans persoonlijkheid – en die van jou – jullie wederzijdse communicatie bepaalt.

Het is lang geleden dat we onweerstaanbaar huilden om onze zin te krijgen. Er zijn nu volwassener manieren om te overtuigen en overtuigd te raken. Tijd om ons daarin te trainen.

De afgelopen week heeft het Gerechtshof van de Publieke Opinie overuren gemaakt. Sterker nog: het lijkt over zijn toeren geraakt. Duizenden Nederlanders hebben zich op social media, in de kranten, op radio en tv, uitgesproken over Jeroen Rietbergen, Marco Borsato, Ali B. en die ene, aanvankelijk nog anonieme regisseur. Voor het gemak deden de dames en heren opiniemakers daarbij dienst als achtereenvolgens aanklager, rechter én – dat laatste zonder zichtbare tegenzin – beul. ‘Het lijkt wel een computerspel,’ merkte mijn geliefde kalmpjes op nadat we het nieuws hoorden dat Marco B. en Ali Bouali niet meer te beluisteren zouden zijn op diverse radiozenders. ‘In één klap deleten ze je.’

 

Een gênant spektakel

De aanklachten zoals ze werden verzameld door BOOS zijn uiteenlopend en in enkele gevallen – die van verkrachting – ernstig. Verder tonen ze vooral een gênant spektakel van oudere mannen die zich niet weten te beheersen tegenover jongere vrouwen, hetgeen in de betreffende context van machtsongelijkheid des te kwalijker is te noemen. Maar evenzeer kwalijk vind ik de mate waarin vrijwel volledig kakelend Nederland een van de belangrijkste principes van de rechtsstaat lijkt te hebben losgelaten: de aanname dat je onschuldig bent totdat je schuld bewezen is. En dan bedoel ik niet bewezen door een verslaggever, recensent of iemand die iets van horen zeggen heeft, maar door een rechter. Dat recht geldt zelfs voor mensen naar wie we op televisie al zo lang  gekeken of geluisterd hebben, waarbij we misschien maar al te blij zijn dat ze als knuffel-Marokkaan door de mand vallen of waarvan we altijd al dachten dat ze net iets te close waren met de kinderen die ze zo enthousiast begeleidden op weg naar eeuwige roem.

 

De scherven van je carrière bijeenvegen

Wat begon als de openbaarmaking van een reële misstand, is in iets meer dan een week uitgegroeid tot een hysterisch en lelijk schouwspel. Je kunt je afvragen hoe dit verder gaat. En dan bedoel ik niet alleen met de betrokken personen, die ófwel in het geval van de seksueel belaagden te dealen hebben met emotionele schade en verwarring over wat hen nu precies overkomen is; ofwel – in het geval van de belagers – het nodige uit te leggen hebben aan hun geliefden en de scherven van hun carrière moeten bijeenvegen. Maar er zijn meer belangen in het geding. Die van de toekomstige slachtoffers van seksueel geweld bijvoorbeeld: zij zijn gebaat bij een helder onderscheid tussen dit geweld enerzijds; en anderzijds een ongepaste opmerking of een aanraking die soms ongewenst kan zijn maar ook deel van het contact tussen mensen dat we ons wellicht nog kunnen herinneren van een wereld vóór Corona. Alles, rijp en groen, op één stapel werpen van ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag’ geeft misschien de moraalridders en lijders aan smetvrees onder ons een goed gevoel. Maar het doet geen recht aan de akelige en unieke ervaring van wie is verkracht of aangerand.

 

Relativering van onze eigen voortreffelijkheid

Wel opent het de weg voor ieder die nog een appeltje te schillen heeft met een Bekende Nederlander. Beschuldig hem of haar niet eens van seksueel geweld, maar simpelweg van iets wat velen van ons wel eens hebben gedaan en waar we bepaald niet trots op zijn; oogst de bijval van talloze mensen die er niet bij waren maar er vast wel wat van vinden; en merk dat de betrokken werkgevers hun coryfeeën ogenblikkelijk laten vallen, onder druk van de adverteerders of omdat ze zelf graag ‘het goede’ doen. Voor de duidelijkheid, ik ben me ervan bewust hoeveel mensen slecht kunnen lezen: ik praat geen seksueel geweld goed, ik juich serieus onderzoek naar zulk geweld toe, en het lijkt me fijn als machtige mannen (en vrouwen) zich wat vaker meester tonen over hun begeerten. Ik stel het echter wel op prijs als we daarmee omgaan op een manier die de rechtsstaat respecteert en die net een tikje meer mildheid jegens ‘zondaars’ toont, evenals relativering van onze eigen voortreffelijkheid.

 

De blik op welk decolleté dan ook

Wanneer is het genoeg? Als we nooit meer kijken naar The Voice of Holland, nooit meer luisteren naar de muziek van Borsato en Ali B.? Als die laatste zelfmoord pleegt door de sprong naar beneden te wagen, vanaf zijn indrukwekkende Ego? Als er nooit maar dan ook nooit meer een mannelijke blik te zien zal zijn op welk decolleté dan ook? Ik stel voor dat we met minder genoegen nemen. Dat we de rechterlijke macht laten uitzoeken en zich laten uitspreken over wat er gebeurd is. Dat we journalisten laten onderzoeken wat de cultuur bij organisaties is, maar dan zonder de pretentie dat iedereen bij zo’n organisatie zich voortdurend onberispelijk gedraagt. En dat we het in alle openheid durven opnemen tegen degenen die dergelijke organisaties leiden. Want ook dat was een lelijk dingetje, de afgelopen week: dat alle, maar dan ook werkelijk álle aanklachten anoniem werden gedaan. Dat een slachtoffer van seksueel geweld niet herkenbaar in beeld wil, snap je. Maar het zou het fraaie initiatief van de vrouwen bij de firma De Mol sieren als hun volgende stap wordt om zich met naam en toenaam te presenteren. Wie gezamenlijk met heel veel anderen vecht, hoeft zich niet te verschuilen.

 

Een stoïcijnse deugd

Voor de rest van ons, de niet-direct-betrokkenen, rest een deugd die de stoïcijnse senator Seneca ons bijna twee millennia terug aanreikte: die van de genade. Genade, zo stelt Seneca, is de beheersing van jezelf op het moment dat je in staat bent om een klap uit te delen, juist aan iemand die eigenlijk straf verdient. En al helemaal wanneer je niet zeker weet of iemand wel straf verdient. Het is de mildheid die je opbrengt voor degene die je op zijn rug hebt gekregen terwijl jij met je hand geheven boven hem hangt. Zullen we dat met z’n allen eens proberen? Niet uitlachen, niet veroordelen, maar de steun voor wie geschaad is overlaten aan wie hier toe in staat is, en ons verder vooral in ons eigen leven een beetje fatsoenlijk gedragen?