Een paar weken geleden plaatste PSV-speler Noni Madueke een tweet die hij vrijwel meteen weer weghaalde.  Da hate be so real da love be fake. Of iets dergelijks, want de tweet is niet makkelijk terug te vinden en ik moet hier dus volstaan met mijn geheugen. Hij leek te doelen op het thuispubliek dat hem tijdens een wedstrijd tegen Sparta niet voldoende had gesteund, of zelfs had uitgejouwd. Nog geen twee weken later was de jonge Brit verkocht aan Chelsea. Toen was de boodschap een hele andere, en deze liet hij staan: “5 years donning this iconic shirt. I’ll be forever PSV“.

 

Staat van tederheid

Het zette deze filosoof-met-een-seizoenkaart aan het denken. Wat is dat toch, de liefde voor een voetbalclub? Ruim vijftien jaar terug publiceerde ik mijn eerste boek, Staat van Tederheid, over liefde als levenswijze en liefde in de politiek. Achteraf heb ik wel eens gedacht: waar haalde ik de euvele moed vandaan om een boek over dit onderwerp te schrijven? Ik had nog maar een paar jaar een fatsoenlijke relatie, en nog geen kind op te voeden: bij uitstek de twee terreinen waar je als geen ander kan laten zien wat de liefde die je in je mond neemt, werkelijk waard is. Echte liefde namelijk vraagt toewijding, inspanning en zo nodig opoffering. Ze vereist – vaak jarenlange – zorg, en levert je nachten vol zorgen op. Ze is de ijzeren wil om bij te dragen aan welzijn, ook en juist als het moeite kost. Ik zou bijna zeggen: geen woorden, maar daden.

 

Slaven met gouden ketenen

Het mag duidelijk zijn dat je van profvoetballers geen clubliefde hoeft te verwachten. Zij zijn in de regel passanten, slaven met gouden ketenen die – in tegenstelling tot ons, gewone stervelingen – kunnen worden ‘verkocht’. Eerst en vooral zijn ze bezig met hun eigen carrière, de club is daartoe een springplank. Maar is mijn en onze clubliefde dan zoveel beter? Juichen wij alleen wanneer er 90 minuten mooi gespeeld wordt, gescoord, en onze club de punten binnenhaalt? Of hangt onze liefde niet af van schoonheid en succes, maar is ze er ook als het stadion naar bier en pis ruikt? De resultaten beroerd zijn? Het spel erbarmelijk is?

 

Zonder strijd geen spel

Is liefde dan net als bij je vrouw, je man of je kind iets wat je ooit eenvoudigweg overkomen is en waar je nu je vrijheid op loslaat: het steeds weer kiezen voor die mens om wat-ie is en niet wat-ie zou moeten zijn? Bij díe liefde hoort geen haat. Niet voor spelers die net mensen zijn, en dus fouten maken. Niet voor andere clubs. Juist de fan van een club begrijpt waarom anderen supporteren, ook al is dat voor een hele andere club. En voorbij de empathie is er het eigenbelang. Je weet dat PSV, Ajax, Feyenoord en al die andere clubs alleen samen competitie hebben, een rivaliteit tot op het randje zelfs. Zonder strijd geen spel, maar dan wel… speelse strijd. Ja, dat is waarom ik naar het stadion ga. Met liefde die steeds weer tot de kern tracht te komen, met haat die geen haat heten mag.

 

 

 

 

 

‘Everything in the world is about sex. Except sex. Sex is about power.’ Zo schijnt Oscar Wilde ooit te hebben gezegd. Waar, en ook weer niet. Zeker sinds #MeToo hoor je vaak dat als mannen vrouwen of andere mannen misbruiken, dit eigenlijk alleen over macht gaat, en dus niet over seks. Dé oplossing: gelijke machtsverhoudingen. Te simpel. Er bestaat ook zoiets als tweehonderdduizend jaar evolutiebiologie. Soms is seks gewoon seks. Voor de meeste vrouwen een risico: omdat ze er ongewenst zwanger van kunnen raken, of omdat ze juist zwanger willen worden maar er dan niet alleen voor willen staan. Voor de meeste mannen een eeuwenoude prikkel om zich voort te planten, zonder dat ze daar overigens graag aan denken op het moment suprême. Voor beiden een potentieel plezier, maar ook een mogelijke verslaving waarbij je jezelf en anderen kwetst: lust als last.

 

Digitale porno en lossere moraal

 

Onlangs verscheen een vlammend pamflet van de Britse schrijfster en activiste Louise Perry: ‘The Case Against the Sexual Revolution’. Moraal van haar verhaal… pil en abortus, digitale porno en lossere moraal bevoordelen geile mannen aanmerkelijk meer dan vrouwen. In plaats van zich te schikken naar mannen, of net zo gevoelloos seks te hebben als veel mannen, is het zaak dat vrouwen dichtbij hun gevoel blijven. En alleen vrijen met iemand die emotioneel werkelijk in hen investeert. Het argument dat seks OK is indien er maar ‘ja’ is gezegd, volstaat niet. Is de vraag er één naar seks met een vrouw (of man) als ‘object’, ‘ding’ of ‘instrument’? Dan dient het antwoord altijd ‘nee’ te zijn. In plaats daarvan bepleit Perry – lo and behold – eerherstel voor het huwelijk.

 

Echte mannen, met zelfbeheersing en respect

 

Ik lees Perry’s boek als een overtuigende oproep aan mannen om onze verantwoordelijkheid te nemen. Als wij gemiddeld geiler en fysiek sterker dan vrouwen zijn, gaan we daar maar beter voorzichtig en respectvol mee om. Onszelf zoveel mogelijk temmen dus. Voorkom dat porno je blik vervormt op anderen als louter lustobjecten. Daar is maar één remedie voor: kijk niet naar die rotzooi. Vrij alleen met iemand die écht iets in je losmaakt. Vraag van je seksuele partner niets waarvan je vermoedt dat die er later spijt van krijgt. Er zit een oeroud roofdier in ons, maar dat kun je temmen. Ziedaar de macht die we óók over seks kunnen hebben. Niet alleen de machtsverhoudingen die met dank aan #MeToo gelijker zijn geworden. Ook de macht over onze primaire instincten en ons gedrag. Laten we échte mannen worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vlag van mijn buurman hangt ondersteboven. Ik weersta de neiging om ook mijn vlag uit te steken. Maar dan met het rood boven en het blauw onder. Hij is jager, ik ben veganist. Hij steunt de actievoerende boeren. Ik vind dat ze ten onrechte hun hakken in het zand zetten nu we onze landbouw eindelijk duurzaam kunnen maken.

 

Polarisatie verdeelt het land

Voor de zoveelste keer verdeelt polarisatie het land. Of in elk geval het deel daarvan dat zich laat zien op social media en de straat. We waren het al hartgrondig en luidruchtig oneens over lockdown en vaccinatie. Over de oorlog in de Oekraïne. Over de ernst en de kosten van de klimaatcrisis. En nu roept dan de een dat het kabinet hardwerkende boeren over de kling jaagt; en de ander dat die boeren moeten ophouden dieren af te beulen en de natuur kapot te maken. Of dat hun acties over de schreef gaan en onaanvaardbaar zijn.

 

Je zou kunnen zeggen: business as usual. Politieke issues en besluiten roepen altijd uiteenlopende reacties op. Belangen lopen uiteen, of botsen zelfs frontaal. In Nederland gaan we dan polderen: iedereen krijgt een beetje, niemand krijgt het helemaal, en stukje bij beetje lossen we zo onze probleempjes op. Mark Rutte toont zich er al twaalf jaar lang een meester in. En met succes: over een paar weken is hij Nederlands langstzittende premier ooit.

 

Het punt is echter dat de problemen van deze tijd geen probleempjes meer zijn. Het gaat niet meer om cijfertjes achter de komma, maar om existentiële crises die ons voortbestaan bedreigen. Als individu, maar ook in grotere groepen, nationaal én mondiaal. Corona. Klimaat. De schaarste aan gezonde grond, lucht en water, waarvan de stikstofcrisis slechts één symptoom is.

 

Polderen volstaat niet meer

Dan volstaat polderen niet meer. Kritieke situaties vragen om radicale maatregelen, in de meest letterlijke betekenis van dat begrip ‘radicaal’. Ze dienen naar de wortels van problemen te gaan, naar hun diepste oorzaken, en dáár oplossingen voor te formuleren. En ze dienen de onvermijdelijke pijn die deze maatregelen zullen doen, eerlijk te verdelen. Dat is ook de enige manier om de onnodige polarisatie te voorkomen die ontstaat waar mensen niet zien wat eigenlijk het probleem is en wél het gevoel krijgen dat de rekening aan de verkeerden wordt gepresenteerd.

 

Het is deze polarisatie die vervolgens de aanpak van onze crises verder bemoeilijkt. In plaats van samen de schouders eronder te zetten, verketteren de meest extreme activisten en opiniemakers elkaar en staan de mensen in het midden ernaar te kijken. Of keren ze het geschreeuw de rug toe, een alleszins begrijpelijke reactie. Wat ook kan, en nog kwalijker is: massa’s mensen die zich laten meevoeren door schreeuwers zonder werkelijke oplossing, maar mét vermeende schuldige. Het kabinet. Bill Gates. Het World Economic Forum. De klimaatgekkies. De klimaatontkenners. De’ boeren.

 

Je zou ook anders kunnen kijken naar de boeren die nu wegen en winkels blokkeren, politici bedreigen en nog meer mest uitrollen dan ze al deden. Je zou hun opstand ook kunnen zien als weer een nieuwe variant van de strijd tussen stadse elite en landelijke bevolking. Van ‘anywheres’ die zich per vliegtuig over de wereld verplaatsen en zich even thuis voelen in Parijs, als in New York of Londen, Amsterdam of Berlijn. Als ze zich buiten de stad wagen, dan is het omdat ze er een tweede huis hebben. Tegenover hen staan de ‘somewheres’: de mensen die zich het niet kunnen veroorloven om de wereld of zelfs maar het land door te reizen, omdat ze gebonden zijn aan een baan of een stuk grond, of er simpelweg het geld niet voor hebben.

 

Virtuals vs. Physicals

Nadat eerder dit jaar truckers op verschillende plekken in de wereld protesteerden tegen coronamaatregelen… lijken nu boze boeren de nieuwe hoofdrolspelers in een strijd tussen ‘virtuals’ en ‘physicals’. Aan de ene kant degenen die een (vaak goedgevulde) boterham verdienen met achter of voor een schermpje zitten. Met praten en tikken. Met gelul waarin je wellicht niet kunt wonen, maar waarmee je zeker goed kan verdienen. Aan de andere kant mensen die voedsel uit de grond halen, er eventueel dieren voor doodmaken, en het van a naar b brengen. Daar waar ook de kletsende klasse uiteindelijk eten moet. Niet van een scherm maar van een bord; niet virtueel, maar fysiek.

 

Dat is het grotere verhaal achter de aandoenlijk rijmende leuzen van de actievoerende boeren. Ze hebben het gevoel te moeten opdraaien voor een probleem dat door hen lang niet altijd als een probleem wordt gezien. En ze missen de waardering, of zelfs maar de aandacht, voor de cruciale rol die ze spelen: die van fysieke ofwel werkelijke voedselveiligheid voor miljoenen mensen in en buiten Nederland. Voor hen staat het land op zijn kop. Geen wonder dat ze de vlag op zijn kop hangen. Schuimbekkende aanvallen van hele rijen columnisten op tv en radio en in kranten zullen hen niet op andere gedachten brengen. Integendeel.

 

Wat is hier fout gegaan? Eerst het cynische antwoord. Dat veronderstelt ook cynisme bij de machtigste man van Nederland. Laten we even aannemen dat dit niet Zijne Majesteit is, met zijn medeleven voor de boeren. Op 10 juni presenteerde Mark Rutte het nieuwe stikstofbeleid voor de landbouw. Hij leek toen vooral haast te maken om de verdediging daarvan zo snel mogelijk over te dragen aan zijn twee verantwoordelijke ministers. Eens te meer maakte Rutte de indruk met frisse tegenzin beleid af te kondigen dat anderen hadden afgedwongen: Kamer, rechter of Raad van State.

 

Waar is het grote plan?

Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet wat het kabinet ervan weerhouden heeft om met een werkelijk groots plan te komen voor de aanpak van de stikstofcrisis. Een plan dat ten eerste duidelijk maakt hoe schadelijk deze crisis is. Voor de natuur die ons leven mogelijk maakt, maar ook begrenst. Voor de boeren die deze crisis mede veroorzaken, maar ook als geen ander kunnen oplossen. En voor al die andere Nederlanders, in de stad maar vooral op het platteland. Hier begint mijn eigenbelang te spreken, als inwoner van een dorp waar ik vaker mest ruik dan me lief is. De ironie is dat het verstandigste alternatief de afgelopen maand óók van boeren kwam, groene boeren welteverstaan.

 

Wie zich door de plannen van het kabinet heen ploegt, kan best stellen dat er een visie achter dat geheel zit. Voorbij het jeukende jargon van ‘reductiemaatregelen’, ‘gebiedsgerichte aanpak’ en ‘ontwikkelrichtingen’, leest zij over een ‘onontkoombare transitie naar een vitaal landelijk gebied’. Maar precies in dat ‘onontkoombare’ zit de angel. De plannen worden gepresenteerd als natuurverschijnsel, als voldongen feit, waaraan geen visionaire overtuigingskracht meer te pas hoeft te komen.

 

Het gebrek aan groots denken verraadt zich nog op een ander vlak. De rekening wordt nu alleen aan boeren gepresenteerd. Er is in de plannen sprake van ‘nadere richtinggevende doelen’ voor andere ‘sectoren’, doelen die het kabinet later dit jaar zal formuleren. De cynicus in mij zegt dan: na het verveel en heers (met dank aan beleidsstukken vol jargon) volgt verdeel en heers. Richt je in eerste instantie op degenen die getalsmatig de minste kiezers vertegenwoordigen – de boeren. Laat hen uitrazen en pak dan de rest van de consumerende, vliegende, bouwende en autorijdende bevolking aan. Grote bedrijven, en zeker nationale ‘kroonjuwelen’ als Schiphol, pak je niet aan op hun stikstofuitstoot. En nooit richt je je op al die groepen tegelijkertijd. Ze zouden eens allemaal samen in opstand komen…

 

Politiek is proportioneel pijn doen

Ik vermoed dat de realiteit prozaïscher is. Rutte en de zijnen denken waarschijnlijk dat compromissen altijd de voorkeur verdienen. Dat het democratisch is beleid een jaar lang ‘uit te rollen’ langs verschillende belanghebbenden. voor je een definitief besluit neemt. En natuurlijk weten zij dat boze boeren weliswaar een kleine minderheid van de bevolking vormen, maar wel degelijk in staat zijn om sympathie te verwerven van een meerderheid. Of in elk geval bij coalitiepartners en traditionele landbouwpartijen CDA en CU. Met daarbij nog eens de kanttekening dat de VVD-achterban niet vrolijk wordt wanneer onbeperkt ondernemen wordt begrensd. Een beperking die dit kabinetsbeleid, wat zijn eigen tekorten ook mogen zijn, wel degelijk vertegenwoordigt.

Het is dus waarschijnlijk geen cynische of opportunistische berekening geweest waardoor Rutte nu het platteland de rekening presenteert; in plaats van met een Deltaplan voor deze stikstofcrisis te komen waarin de onvermijdelijke verliezen worden geïncasseerd door de hele Nederlandse bevolking. Wel wreekt zich voor de zoveelste keer dat de beste man zo weinig opheeft met visie. Ooit zei hij dat visie als een olifant is die je het zicht belemmert, en dat wie last van (sic) visie heeft, zich bij de oogarts moet melden…

Het is altijd fijn een leider te hebben die zijn eigen standpunten relativeert en openstaat voor die van anderen. Maar zeker in crisistijd is het ook belangrijk dat we de problemen zien die zich aftekenen aan de horizon, en dat we bereid zijn ver en diep te gaan om deze problemen te voorkomen. Is het te laat om ze te voorkomen, dan moeten we in elk geval het verlies dat eruit voortvloeit eerlijk verdelen. In die zin is de kunst van de politiek ook dat je mensen proportioneel pijn doet. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. En je laat niet altijd dezelfden de kosten betalen. Zeker niet als dit al de meest kwetsbaren zijn.

 

Echte leiders creëren de consensus

Het is nog niet te laat. Nog steeds kan het kabinet duidelijk maken waar de pijn van de stikstofcrisis werkelijk zit. En hoe het die pijn netjes gaat verdelen. Of, beter nog: aangeven hoe pijn op de korte termijn uiteindelijk winst kan worden. Daarvoor hoeft het niet eerst de mening van alle belanghebbenden te raadplegen. Echte leiders volgen niet de consensus…ze creëren deze. Dan zien ze later wel hoe de kiezer hen op het beleid afrekent dat het gevolg is van hun overtuigingen.

 

De stikstofcrisis zou een generale repetitie kunnen zijn voor de veel grotere crisis die in haar verlengde ligt… die van het klimaat. Ook daarop kan het kabinet met een masterplan komen dat helder aangeeft waarom de klimaatcrisis alle Nederlanders bedreigt. Welke offers ze  van alle Nederlanders vraagt, de meest verdienende en meest vervuilende voorop. En welk zoet er in het verschiet ligt voorbij dit zuur. Het komt vaker voor dat een slechte generale wordt gevolgd door een schitterende voorstelling. Laten we maar hopen dat dit ook hierbij het geval zal zijn. Dan ga ik nu eerst eens een praatje met mijn buurman maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Ik weet nog precies waar en wanneer ik definitief besloot om veganist te worden. Het gebeurde in de stoptrein van Dordrecht naar Geldermalsen. Het was vrijdag 9 augustus 2019 om 14.31 uur. De trein kwam net weer in beweging na een korte stop op het desolate treinstationnetje van Boven-Hardinxveld. Slagregens tikten tegen de ruiten, buiten draaiden windmolens traag hun rondjes en graasden koeien in de wei. Om me heen keken mijn medepassagiers naar hun mobieltjes. Ik staarde uit het raam.

 

Een persoonlijke revolutie realiseren

Tot mijn veertigste had ik vlees gegeten. Nu, bijna twaalf jaar verder, was het tijd voor een beslissende stap verder: veganist worden. Niet altijd gemakkelijk, niet per se smakelijk ook. Ik heb altijd van vlees gehouden, van melk, kaas en eieren. En ik ben graag aangenaam gezelschap, iemand die eet wat hem wordt voorgezet. Maar na zes maanden wikken en wegen, informatie verzamelen en nieuw eten en drinken uitproberen, besloot ik hier en nu dat het er echt van ging komen. Ik zou – nu ik vastgesteld had dat er sprake was van een noodtoestand – een persoonlijke revolutie realiseren.

Wat gaf de doorslag? Waren het de zinnen in het boek van Foer die ik zojuist gelezen had: ‘Het op elkaar proppen van misvormde, gedrogeerde en gestreste vogels in een vieze ruimte vol uitwerpselen is natuurlijk allesbehalve gezond.’ Waarna Foer uitvoerig en griezelig goed gedocumenteerd schrijft over het steeds grotere gevaar dat dit dierenleed tot epidemieën gaat leiden die ook mensen massaal ziek kunnen maken, met mogelijk miljoenen slachtoffers. Niet over dertig, vijftig of tachtig jaar, maar morgen, overmorgen of anders wel volgend jaar.

Verbijsterd legde ik Dieren eten even weg, even niet meer in staat om nog meer van dit soort onheilspellende informatie tot me te nemen. Of was ik al in de ‘juiste’ stemming gebracht door het artikel dat ik die ochtend in de krant gelezen had, dat verhaal over de dringende oproep van het VN-klimaatpanel om de opwarming van de aarde te stoppen door drastisch anders te gaan boeren, eten en drinken?

 

‘De sojamelk vloeit rijkelijk’

Nee, waarschijnlijk was het mijn lunchgesprek even daarvoor in Dordrecht geweest, met Remco Stunnenberg. Ik zag hem in 2014 in een aflevering van De Hokjesman, tv-maker Michael Schaap die allerlei groepen mensen portretteert als een soort antropoloog-met-camera. Ditmaal ging het om ‘De Dierenvrienden’. ‘Naarmate de avond vordert, vloeit de sojamelk rijkelijk.’ Schaap vergezelde Remco bij een nachtelijk bezoekje aan gevangen fokkonijnen die hij bevrijdde.

Ik zal nooit vergeten hoe de dierenactivist antwoordde op de vraag wat hij van flexitariërs vond. ‘Misschien vind ik het wel heel lekker om vrouwen te verkrachten. Vroeger deed ik dat zeven dagen per week. Tegenwoordig doe ik dat nog maar één keer in de week.’ Jawel, uiterst kort door de bocht. Maar bij mij raakte Remco een snaar, hij appelleerde aan een knagend stemmetje in mezelf dat me vertelde dat ik ook als vegetariër nog lang niet alles deed wat ik kon om dierenleed weg te nemen.”

 

Van vraatzucht tot veganisme

Tot zover mijn voordracht uit eigen werk. Dit zijn de eerste paar alinea’s van het hoofdstuk over vraatzucht in mijn boek ‘De Wereld Omgekeerd‘. Ik schreef het in 2019. Bijna drie jaar nu ben ik veganist. Ik heb ervoor gekozen om me – op een enkele keer na – maar zelden uit te spreken over de zaak die als weinig anderen mijn hart heeft: die van het veganisme, het dagelijks gerealiseerde ideaal waarbij dierenwelzijn hand in hand gaat met een voor ons mensen ook straks nog leefbaar milieu.

Het is immers een bekend fenomeen dat bekeerlingen de meest irritante fanatici zijn. Van liefhebber van levenloos vlees tot hardcore-veganist… Voor je het weet, probeer je altijd en overal anderen te bekeren. En maak je overuren met het veroordelen van ieder die niet jouw pad volgt. Dan woon ik nu ook nog eens in een dorp waar mijn ene buurman ieder straaltje zon aangrijpt om dode dieren op zijn barbecue te leggen. Terwijl de andere buurman elke avond erop uittrekt om te jagen. Samen met mijn dochter ben ik de enige veganist in de omgeving. We vormen bijna een bedreigde dierensoort op zichzelf. Het behoedt me in elk geval voor de illusie dat iedereen om me heen is zoals ik.

En toch knaagt er nog steeds iets. Iedere dag worden er in Nederland 1,7 miljoen dieren geslacht. Ik hoef hier denk-ik niet te betogen hoe wreed en hypocriet dat eigenlijk is. Dat hebben vele anderen vóór mij al gedaan. Niet alleen Jonathan Safran Foer, Remco Stunnenberg of Roanne van Voorst, met haar uitstekende boek: ‘Ooit aten we dieren‘; maar bijvoorbeeld ook Arjen Lubach.

Nu weet ik wel dat de gemiddelde Nederlander zijn visie op goed en kwaad eerder ontleent aan comedians of schrijvers dan aan filosofen. Maar het stoort me dat slechts een enkele filosoof zich waagt aan de zaak van de dieren. Of écht all out gaat waar het de noodzaak betreft van klimaatactie. Vandaag meer dan ooit komt het erop aan de wereld niet zozeer te interpreteren, als wel te veranderen. Al is het maar omdat anders die wereld veranderen zal op een wijze die we niet wensen. En er uiteindelijk niets te interpreteren overblijft.

 

Je hoeft niet all the way te gaan

Dus heb ik besloten om in actie te komen. Op een wijze die verdergaat dan wat ik alleen zélf eet of drink. Ik doe een hartstochtelijke oproep aan ieder die dit leest, om vegan te gaan. Dat wil niet per se zeggen dat je je voortaan alleen nog maar plantaardig voedt, zoals op dit moment nog geen 0,5% van de volwassen Nederlanders doet. Je hoeft niet all the way te gaan, indien je dit te duur of te moeilijk vindt.

Al zeg ik er meteen bij dat veganistisch leven tegenwoordig bij lange na niet meer zo lastig is als het bijvoorbeeld in 1996 nog was. Toen waren er naar schatting slechts zo’n 16.000 veganisten in Nederland. We kennen allemaal wel de horrorverhalen over de smakeloze lappen tofu of tempeh waar deze principiële pechvogels zich mee zouden hebben gevoed. Waar of niet: feit is dat vegan voeding tegenwoordig smakelijk, gevarieerd en zelfs steeds meer betaalbaar is. Dus als mijn dochter van twaalf het kan, dan kun jij het ook.

De zaak van klimaat en dierenwelzijn is echter te belangrijk om 100% zuiverheid te eisen van de 99,5% die nog niet 100% plantaardig eet. Maar die bijvoorbeeld wel al vlees of vis laat staan, al is het maar drie dagen per week. We zijn meer gebaat bij miljoenen die wat minder vaak vlees eten dan met enkele duizenden die voor een volledig plantaardig dieet gaan. Dus begint het redden van de wereld bij je ontbijt. Het ontbijt van gewone Nederlanders die nu nog een kippeneitje eten, hun boterham met varkensvlees beleggen of koeienmelk drinken… En ervoor kunnen kiezen dat niet langer te doen.

 

Op naar de tien miljoen

Hoe mooi zou het zijn als we voordat dit jaar voorbij is, twee keer zoveel veganisten, vegetariërs en flexitariërs in Nederland hebben als nu? En we niet langer wijzen of wachten op anderen – boeren, bedrijven, overheid, medeburgers – maar zélf iets doen? Bijna 2400 jaar terug wist de filosoof Epicurus al dat geluk een gevolg kan zijn van alledaagse keuzes. Soms leidt de keuze voor iets lekkers nu, en zeker voor heel veel van dat lekkere, tot lijden in de toekomst. Of tot het lijden van andere mensen, of andere dieren.

Wat Epicurus ons aanraadde, waren de keuzes – ook die voor eten of drinken – die verder kijken dan alleen jouw genot hier en nu. Anno 2022 hebben wij de kans om te laten zien wie we zijn, door ons anders en beter te voeden dan we deden. Reken maar dat wij ons dan ook beter zullen voelen dan we ons voelden. Laat dat de toekomst zijn.

Het is 25 mei 1992. Vandaag precies dertig jaar terug baant Rosaria Schifani zich een weg door de volgepakte kathedraal van Palermo. Die dag wordt haar man Vito begraven. Samen met twee andere politiemannen en onderzoeksrechter Giovanni Falcone en diens vrouw, die zij moesten beschermen. Twee dagen eerder heeft de maffia hen opgeblazen op een Siciliaanse snelweg.

 

De weduwe weet hoe het werkt

Rosaria is nog maar 22 jaar dan en heeft een zoontje van net vier maanden. Eerst valt ze huilend om de hals van de kardinaal die de dienst leidt. “Nee, jij moet het zeggen,” voegt ze hem toe. Terwijl ze de kerk in wijst: “De Heer zal hen straffen. Ook al zijn ze hier binnen, ze zullen naar de hel gaan.” De jonge weduwe weet hoe het werkt op Sicilië. De maffiosi zijn almachtig en onbeschaamd. Wanneer ze hebben gemoord, wonen ze de begrafenis bij van hun slachtoffers en zitten daar zelfs met een uitgestreken gezicht vooraan. De kerk belooft hen vergeving, zolang ze maar biechten. En dus gaat het moorden door.

Als Rosaria de kardinaal vol emotie aanspreekt, antwoordt hij: “Laten we hopen dat ze zich bekeren.” Het is niet genoeg voor haar. Huilend: “Jij moet zeggen dat ze dat moeten doen.” De kardinaal weer: “Je hebt zelf ook gezegd dat ze spijt krijgen.” Met een afwerend gebaar spreekt hij twee keer exact dezelfde zin uit, als een routineuze bezweringsformule, een weesgegroetje wellicht: “Als ze spijt krijgen, worden ze vergeven.”

Rosaria loopt weg. Ze heeft die dag een brief gekregen, geschreven door een pastoor. Bedoeling is dat ze deze zal voorlezen. Maar de brief zegt haar niets. Ze mist het gevoel van urgentie, van drastische verandering ook. En dus kiest ze die 25e mei haar eigen woorden, terwijl het publiek in de zaal ademloos luistert, en 25 miljoen Italianen via de tv meekijken in een rechtstreekse tv-uitzending.

Het scheelt maar weinig of ze was niet eens te horen geweest. Veel later zal ze vertellen: “Zo was er zelfs iemand die de microfoon bij me weghield. Alsof hij daarmee wilde zeggen: ze zegt dingen die ze niet mag zeggen. Maar ik had een harde stem. Dus ik zei het toch.”

 

De kracht van onverdiend lijden

Wat volgt is een machtige mix van huilen, jammeren en aanklagen. Uitgesproken door een vrouw die als geen ander recht van spreken heeft, in haar hoedanigheid van onschuldig slachtoffer. Zelden werd duidelijker geïllustreerd wat Martin Luther King ooit schreef: dat er een enorme morele kracht kan uitgaan van onverdiend lijden, een kracht die bij uitstek bevrijdend werkt.

“Ik, Rosaria Costa, weduwe van Vito Schifani… Gedoopt in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest vraag ik uit naam van iedereen die zijn leven heeft gegeven voor de staat, in de eerste plaats om gerechtigheid.” Dan wordt Rosaria plotseling persoonlijk. “Ik richt me nu tot de mensen van de maffia, want die zijn hier aanwezig. Christelijk zijn zij zeer zeker niet. Weet dat ook voor jullie vergeving mogelijk is.” Nóg directer nu: “Ik vergeef jullie, maar jullie moeten voor me op de knieën.”

Terwijl applaus losbarst, breekt haar stem. “Hebben jullie de moed te veranderen? Het applaus zwelt verder aan. Rosaria praat niet meer, ze huilt alleen nog maar. Smekend en snijdend tegelijk klinken haar woorden: “Jullie moeten veranderen. Ze willen niet veranderen.” Nadat ze zichzelf weer bijeen heeft gepakt: “Verander radicaal, want jullie acties kosten mensenlevens.” Het is een van de laatste dingen die ze zegt voordat ze ineen stort en haar woorden niet meer te verstaan zijn.

 

Hier is iedereen medeplichtig

Jaren later herinnert Rosaria zich wat haar die dag bewoog. “In de brief stond niet: ‘Er is te veel bloed, de maffiosi zijn hier binnen’. De brief ging over vergiffenis, meer niet. Dus ik heb gezegd: ‘Hier is iedereen medeplichtig’. Ik bedoel niet dat de kardinaal schuldig is, maar dat ze onverschillig zijn. Ieder doet alleen wat hem gevraagd wordt. De kardinaal, de pastoor, ze zorgen dat de rust bewaard blijft in de kerk. Dat de begrafenis niet verstoord wordt. Maar soms moet je in verzet komen en de mensen op hun geweten aanspreken. Dat schudt je wakker.”

Het is een ongekende oproep, die een grote moed vereist. De maffia kan op dat moment vaak nog straffeloos optreden. Zelfs rechters en advocaten, politiemensen en politici blijken hun leven niet zeker… Iets wat we dertig jaar later in Nederland enigszins hebben leren kennen door de moorden op Derk Wiersum en Peter R. de Vries.

In de jaren daarna echter zullen maffiosi zichzelf vaker aangeven, geven anderen hen ook vaker aan. Het zijn de moed der wanhoop en de energie uit de woede van Rosaria Costa, die de zwijgplicht doorbreken en bijdragen aan de marginalisering van de maffia. Zonder dat ze overigens alleen lang en gelukkig leeft. In 2020 wordt haar broer Giuseppe in Palermo gearresteerd op verdenking van afpersing voor de maffia. En nog geen jaar geleden moet Rosaria haar verbijstering verbijten wanneer maffia-moordenaar Giovanni Brusca wordt vrijgelaten. Brusca is de dader van de bomaanslag waarbij haar man omkwam.

 

Kwetsbaar, gekwetst, krachtig

De geschiedenis is overduidelijk geen geasfalteerde weg die steeds omhoog voert naar nóg wat meer geluk of rechtvaardigheid, net zo min als dit geldt voor onze individuele levens. Maar al dertig jaar lang nu laat Rosaria Schifani zien dat zelfs één mens – uiterst kwetsbaar, tot op het bot gekwetst, en onvoorstelbaar krachtig – op cruciale momenten het verschil maken kan.

 

Foto: Letizia Battaglia

 

 

 

 

Sinds het Romeinse Rijk ten onder ging, was vaak de vraag wat precies zijn ondergang teweeg had gebracht. De kracht van de barbaren die zich verzamelden aan zijn grenzen en deze uiteindelijk overschreden om Rome te plunderen? Of de zwakte van een rijk dat een te groot grondgebied trachtte te beheersen en teveel rijkdom oppotte in de handen van te weinigen? Natuurlijk was het allebei. Macht is altijd relatief. Het was zowel de decadentie binnen de muren als de agressiviteit van hen daarbuiten die uitmondde in de onmacht en tenslotte ondergang van het imperium.

 

We leven opnieuw in een decadente samenleving

Vandaag de dag leven we opnieuw in een decadente samenleving. En ook dit wereldrijk koerst in volle vaart af op zijn ondergang. Het is zonneklaar voor ieder die het zien wil. Maar helaas zijn dit er maar weinig en koesteren vooral de meest bevoorrechten onder ons hun eigen onwetendheid of onwil om in actie te komen. Ondertussen zijn we het punt tot op een haar na genaderd waar het klimaat onherstelbaar uit het lood is geslagen. De oververhitting van de aarde leidt tot natuurrampen als orkanen en overstromingen, tot schaarste aan landbouwgrond en drinkwater, en uiteindelijk tot een tekort aan voedsel voor een explosief groeiende wereldbevolking. Poetins oorlog in de Oekraïne heeft dit gevaar nog eens verder verscherpt. Het is het leven van miljarden mensen en dieren dat op het spel staat.

Je zou zeggen dat in zo’n noodsituatie iedereen zich verenigt om deze af te wenden. Het tegendeel is het geval. Poetin geeft prioriteit aan zijn agressie die niet alleen Russische en Oekraïense levens verwoest, maar ook die van de armste wereldbewoners, gezien de gestegen prijzen van voedsel. Hij verspilt schaarse olie, gas en roebels aan een festival van zinloze vernietiging. En hij doet niets aan de werkelijke bedreiging van deze tijd, ook voor zijn eigen volk: de klimaatcrisis.

 

The enemy you love to hate

Maar laten we ons niet blindstaren op onze enemy you love to hate in het Kremlin. Leiders overal ter wereld weigeren de overconsumptie aan te pakken die de planeet vernietigt. Daarmee zouden ze niet alleen de belangen raken van degenen die het beste af zijn, maar ook een impopulaire boodschap presenteren aan alle kiezers… Dat we niet altijd maar economische groei kunnen ervaren; de hele wereld niet kunnen blijven overvliegen; en niet alles kunnen eten en drinken wat we lekker vinden. Niet als dit ten koste gaat van dieren en andere mensen.

En daar zijn we beland bij het echte probleem van ons decadente wereldrijk: wijzelf. Heel even begrepen we met dank aan een virus uit het verre Oosten dat we niet konden doorgaan met business as usual.  Bovendien – en dat was het goede nieuws – bleek het wél mogelijk om ingrijpend te veranderen om onszelf en anderen te beschermen. Het vlieg- en autoverkeer nam drastisch af. Op het altaar van Afgod Consumptie werd even wat minder geofferd. Luchten trokken open en zowel mens als dier haalde opgelucht adem (wanneer we althans niet zelf door het virus getroffen werden).

Maar binnen de kortste keren gebeurde wat zo vaak gebeurt in oorlogen, epidemieën en andere crises: mensen gingen elkaar te lijf rond wat in wezen bijzaken zijn, in het licht van deze crises. Huidskleur. Sekse. Seksuele voorkeur. Partijpolitiek. De juiste of juist verkeerde woorden. In zelfvoldaanheid of opperste razernij verketteren ze elkaar op (a)sociale media, al uithalend op iPhone of toetsenbord. Ondertussen gaat de enkele reis richting afgrond door.

 

Een kannibaal die met mes en vork eet

Kunnen we ons vastklampen aan goed-nieuws-boodschappers die ons vertellen dat de geschiedenis in gestage lijn omhooggaat en dat de meeste mensen – lees: wijzelf – deugen? Ik waag het te betwijfelen. Technologische vooruitgang gaat doorgaans prima samen met morele stilstand of zelfs -achteruitgang. En nee, het is geen beschaving als een kannibaal met mes en vork eet. Ook niet als zijn bordje overvol is.

Ik vraag me wel eens af of de profeet-van-de-valse-hoop de voorbije twee jaar nog wel eens op een snelweg gereden heeft, zo’n weg waar de maximale snelheid op 100 kilometer is gesteld. Om hele goede redenen: beperken van CO2- en stikstofuitstoot; verminderen van geluidsoverlast; vergroten van de veiligheid van weggebruikers. Hoeveel meer motivatie heb je nodig, voor het welzijn van anderen en van jezelf? Kijk om je heen, en je ziet dat de meeste mensen harder dan honderd rijden. Dat laten ze slechts wanneer ze een bekeuring willen vermijden. Alleen: onze overheid gelooft niet in haar eigen beleid. Of ze heeft de benodigde middelen niet. Dus wordt er niet tot nauwelijks gehandhaafd.

Wat voor moreel gedrag hebben mensen in huis wanneer de nood echt aan de man is? Zouden ze dan ineens boven zichzelf uitstijgen? In staat tot opoffering of zelfs maar inspanning? Wie weet. Ik acht de kans klein, als ze nu al moeite hebben hun voet een tikje van het gaspedaal te halen, zonder ook maar iets wezenlijks te hoeven inleveren. Het is mooi om te geloven dat er goedheid in mensen schuilt, maar zolang we allemaal Airmiles blijven verzamelen en ons culinaire genot belangrijker blijkt dan het leven van dieren en mensen, beoordeel ik mensen op wat ze doen en niet op hun mooie verhalen of vermeende intenties.

 

Tijd voor een dictator?

Misschien moeten we een vergeten gewoonte uit het Oude Rome afstoffen. Daar stelde men in tijden van nood voor zes maanden een dictator aan. Die mocht dan de problemen oplossen waar tot die tijd niemand zijn vingers aan had durven branden. Ik geloof al een tijdje in de democratie, maar ik dreig van mijn geloof te vallen. Als leiders én burgers oog in oog met een orkaan op hun handen blijven zitten, is deze democratie niet langer wat we nodig hebben.

Probleem is dat de autocraten en dictators van deze wereld zo mogelijk nog decadenter en machtelozer zijn. Het zijn juist Poetin en Xi Jinping, Erdogan, Assad en Kim Jong-un die zich verliezen in de omhelzing van hun eigen macht terwijl de wereld in brand staat. Dus in plaats van de democratie bij het grof vuil te plaatsen, kunnen we haar beter nieuw leven inblazen. Haar doortastend en daadkrachtig maken. En ophouden elkaar naar de mond te praten en verder te gaan zoals we deden, in die door en door decadente cultuur. We hebben alles, en we gaan ermee om alsof het niets  is. Dat leidt ertoe dat we het verliezen. Tenzij we eindelijk bereid blijken los te laten wat niet wezenlijk is en we gaan koesteren wat ertoe doet.

 

 

Waar begint het? Wat is het moment in je leven dat je voor het eerst probeert anderen iets te laten doen? Iets dat ze anders niet zouden hebben gedaan? Dat je tracht invloed uit te oefenen, iemand van iets te overtuigen? Meestal zal ‘onze eerste keer’ bestaan uit huilen. Soms kort, soms langdurig, tot je vader of moeder je verschoont of te eten geeft.

 

Ik huilde hartverscheurend

In mijn geval zal dat niet anders zijn geweest. Ook ik huilde hartverscheurend om gehoord te worden, en daarmee mijn zin te krijgen. Ook ik heb in de jaren daarna net als ieder ander ontelbare pogingen ondernomen om invloed uit te oefenen op de mensen om me heen. Inmiddels waren die pogingen meer doordacht en ik gebruikte er nu woorden voor. Aardige woorden, goedgekozen woorden, dreigende woorden soms ook. Woorden die de ene keer beter werkten dan de andere keer.

Ik maakte er uiteindelijk mijn vak van om na te gaan denken over wat we dag op dag doen… Macht en invloed verwerven; met woorden en beelden overtuigen. En dit alles als het even kan, op een wijze die goed voor onszelf maar ook voor anderen is. Ik ging politicologie en bestuurskunde studeren. Ik werkte als journalist, in de hoop met mooie verhalen te laten zien wat er goed ging in de wereld en wat er beter kon. Ik ging lesgeven om studenten kennis aan te reiken waarmee ze de wereld konden veranderen (al vond ik ‘begrijpen’ ook al een heel mooi resultaat). En ik schreef vier filosofische boeken waarin ik vertelde over de ‘goede’ manier om ons te verhouden tot anderen en onszelf.

 

Be the message

Een van de meest relevante theorieën die ik in al die tijd ben tegengekomen, is ook een van de meest klassieke. In zijn Retorica ontvouwde Aristoteles meer dan twee millennia geleden de drie dimensies van het overtuigen. Logos, ofwel de inhoud van een sterk betoog: feiten, argumenten en een glasheldere boodschap om beide te brengen. Pathos: de emotie waarop wordt ingespeeld bij de toehoorder. Angst of hoop, woede of tevredenheid, trots of schaamte.

De minst bekende, maar zeker niet de minst belangrijke dimensie van retorica is ethos. Daarmee doelt Aristoteles op het karakter van de spreker. Be the message, zeggen ze tegenwoordig in het Engels. Wilders is hiervan een voorbeeld. Kijk maar naar het gevaar waarop hij hamert als politicus die inderdaad bedreigd wordt. Maar ook Mandela, met zijn gevangenisverleden en geschiedenis van verzoening. Of Zelensky, met zijn stugge verzet tegen Poetins agressie.

Alle drie de elementen zie je altijd weer terugkomen. Zeker in de pogingen tot overtuiging die slagen. Of het nu gaat om TED Talks, toespraken van politici of de vele manieren waarop collega’s elkaar tot iets proberen te bewegen: er worden altijd meerdere registers tegelijk opengetrokken. De een concentreert zich daarbij op de kracht van zijn argumenten en de betrouwbaarheid van zijn feiten. De ander spreekt je aan op je verantwoordelijkheidsgevoel of misschien op een geniepig knagend stukje schaamte. Een derde weet dat ze haar jarenlange ervaring in de strijd moet gooien, en mocht die niet voor zich spreken, dan wel haar autoriteit als je leidinggevende.

 

Retorica als trukendoos

Retorica heeft in de loop der eeuwen een slechte naam gekregen. We neigen haar te zien als een trukendoos, een gereedschapskist vol instrumenten om je tegen je wil en ondanks je verstand te ‘bewerken’. Daar hebben waarschijnlijk de vele argumentatief of feitelijk zwakke betogen aan bijgedragen waaraan mensen in de loop van hun leven worden blootgesteld; betogen die vaak hun doel bereiken omdat ze maar al te effectief gebruik maken van die andere retorische elementen dan ‘logos’.

Ook speelt een rol dat het aanspreken van negatieve emoties zoals woede – laat staan: haat – tot hele vervelende gevolgen kan leiden. Wat te denken van politici die ons fact-free toespreken en de frustratie bespelen onder hun kiezers? Of van CEO’s die primair hun machtspositie inzetten in plaats van je met argumenten te overtuigen?

Overtuigingskracht maakt haar naam pas waar wanneer ze inhoudelijk klopt. En op zich is het geen probleem dat je als spreker rekening houdt met de gevoelens van je publiek. Zolang je er maar geen schade mee aanricht. De vraag is altijd: welke gevoelens wil je aanspreken, en op welke wijze doe je dat? De grootste redenaars slaagden erin om gevoelens van wanhoop en woede op een positieve wijze te beantwoorden. Martin Luther King was hiervan een voorbeeld. En toen hij in 1968 vermoord werd, bleek dit ook op te gaan voor uiteenlopende personen als Bobby Kennedy en James Brown. Allebei wisten ze een door deze moord geschokt publiek ervan te overtuigen zich waardig en liefdevol te gedragen.

 

De moderne visie van een klassieke denker

Er is nog een ander misverstand over overtuigingskracht: dat het altijd ‘vanuit de hoogte’ door grote mannen of vrouwen wordt losgelaten op een passief en ondergeschikt publiek. Aristoteles stelt echter dat overtuigingskracht geen passieve en makke persoon hoeft te maken van de toehoorder. Integendeel. Als het goed is, is retorica juist de manier waarop de ene volwassene de andere volwassene van iets probeert te overtuigen. Zonder dwang, zonder te ‘doceren’, en zeker zonder te beleren. Dit is een bij uitstek moderne visie van een bij uitstek klassieke denker. In onze geïndividualiseerde en gedemocratiseerde samenleving willen we ons niet langer de les laten lezen. Overtuigingskracht die uitgaat van gelijkwaardigheid is dan het alternatief.

De interessante spanning is natuurlijk wel dat soms de spreker meer kennis of inzicht heeft dan de aangesprokene. Daarmee zijn we beland bij het laatste aspect van overtuigingskracht dat ik graag aandacht geef: niet alleen sprekers maar ook toehoorders een stukje sterker maken. Het is één ding om je te bekwamen in overtuigende argumentatie. Minstens zo belangrijk wanneer mensen constant iets van je willen, is de manier waarop je omgaat met hun pogingen om jou te overtuigen. Dus train ik mensen ook graag in het beter op waarde schatten van argumenten. In de analyse van hun eigen emoties. En in het peilen van de manieren waarop andermans persoonlijkheid – en die van jou – jullie wederzijdse communicatie bepaalt.

Het is lang geleden dat we onweerstaanbaar huilden om onze zin te krijgen. Er zijn nu volwassener manieren om te overtuigen en overtuigd te raken. Tijd om ons daarin te trainen.

“Iemand moest Josef K. belasterd hebben. Want zonder dat hij iets slechts had gedaan, werd hij op een ochtend gearresteerd.” Zo begon Franz Kafka in 1915 zijn roman Het Proces. Toen het boek tien jaar later eindelijk verscheen, was de fictie realiteit in Mussolini’s Italië en de Sovjet-Unie onder Stalin. Een realiteit die zich miljoenen malen zou herhalen in politiestaten als Nazi-Duitsland en de DDR, Mao’s China en Castro’s Cuba.

 

Proces zonder vorm van proces

De kern van Kafka’s roman was een huiveringwekkende paradox… Dat er een proces plaatsvindt precies zonder ‘vorm van proces’. Zonder een heldere aanklacht die gedegen bewezen dient te worden en waarbij je onschuldig bent totdat je schuld is aangetoond. Zonder een fatsoenlijke rechtsgang die zowel jou als anderen de kans geeft om je onschuld te bewijzen. En mét anonieme klagers die nooit de moed of het fatsoen hebben om je in je gezicht te vertellen wat precies jou te verwijten valt. Gevolgd door een straf van een bureaucratisch monster dat aanklager, rechter en beul tegelijk blijkt.

 

Grensoverschrijdend gedrag en een veilige omgeving

Gelukkig leven we hier anno 2022 niet in een totalitaire staat. Toch moest ik gisteren aan het begin van Het Proces denken toen ik een persbericht van de politieke partij Volt las: “Volt heeft zondag Tweede Kamerlid Nilüfer Gündogan geschorst. In de afgelopen weken heeft de partij enkele meldingen ontvangen die wijzen op grensoverschrijdend gedrag van het Kamerlid. De partij heeft naar aanleiding van deze meldingen een extern integriteitsbureau ingeschakeld om onderzoek te doen naar deze meldingen. Volt heeft nu besloten om het Kamerlid per direct te schorsen als lid van de Voltfractie. Dit om voor betrokkenen een veilige omgeving te creëren voor het vervolg van het onderzoek en om hoor en wederhoor te kunnen laten plaatsvinden.”

 

De geschiedenis herhaalt zich als tragikomedie

In een van zijn helderder momenten schreef de man die het communisme van China, Cuba en de Sovjet-Unie inspireerde dat de geschiedenis zich herhaalt. De ene keer als tragedie, de andere keer als farce. In dit geval lijkt het resultaat een combinatie van beide: een tragikomedie dus. Het tenenkrommende proza roept herinneringen op aan Kafka en Orwell, aan Marx en Stalin. Dat alles  in de blender… Waarna men nog een paar zaadjes juridisch- en marketing-jargon toevoegt. ‘Grensoverschrijdend gedrag’, ‘enkele meldingen’, ‘een extern integriteitsbureau’, ‘een veilige omgeving’, ‘hoor en wederhoor’. Ziedaar de hedendaagse variant van iemand die je afserveert zonder je in het gezicht te vertellen wat precies je fout hebt gedaan. En hoe je dit redelijkerwijs herstellen kan.

 

Ongewenst intieme prinsjes

2022 is nog geen drie maanden oud, en we hebben het nu al een paar keer gezien… Hoe mensen niet letterlijk en lijfelijk worden terechtgesteld, maar wél op grond van anonieme bronnen worden aangeklaagd en afgevoerd van de plek waar ze functioneerden. Konden we in het geval van de ongewenst intieme prinsjes die huishielden bij The Voice of Holland en Ajax nog vaststellen dat daar naast rook ook vuur was… Maar zeker in dat eerste geval was de trial by (social) media weerzinwekkend en in strijd met het principe dat ook (vermeende) daders onschuldig zijn tot een onafhankelijke rechter ze heeft veroordeeld.

Met ‘de affaire-Gündogan’ is een nieuwe mijlpaal bereikt. Hier komen wij noch de beklaagde te weten wat precies het delict is en wie er exact een probleem met haar hebben. Daarmee blijken ‘enkele meldingen’ te volstaan om een persoonlijke of politieke afrekening te verrichten. Niet per se door degenen die klagen (om de simpele reden dat we niet weten wie zij zijn). Maar zeker door degenen die er belang bij hebben dat het Kamerlid op non-actief gaat en straks buiten de fractie staat. Het gaat er niet om wat je van Gündogan vindt – ik kende haar niet en van haar partij vind ik weinig tot niets. Waar het om draait is het respecteren van de rechtsstaat. Of, als ik het een onsje minder chique maar niet minder gemeend mag formuleren… om een moedige, open en waardige manier van doen oog in oog met je vrienden, en zelfs met je vijanden.

 

Hun mooie idealistische partij

Toen ze hun mooie idealistische partij oprichtten zullen de jongens en meisjes van Volt het vast niet zo hebben bedacht, en zeker niet bedoeld: dat ze zich nog geen vier jaar later zouden gedragen als maoïsten in Madurodam-formaat. Gelukkig maken degenen die tegenwoordig anderen aanklagen en zonder vorm van proces afvoeren bij lange na niet de brokken van de Culturele Revolutie. Het idee is echter hetzelfde: beschuldig anoniem, straf voordat schuld is vastgesteld, en doe alsof je jezelf op de morele hoogvlakte bevindt.

Dit is het patroon in de affaires van de afgelopen maanden en de cancel-cultuur zoals die in de mode is gekomen onder wie woke, ‘weg met ons’ en ‘wxyzlhbtq’ is. En de schuldigen… die buigen maar beter het hoofd en putten zich uit in de excuses en zelfbevlekking die ze krijgen aangereikt. Dat iemand dit alles voorziet van het therapeutisch taaltje van ‘veilige omgeving’ en ‘grensoverschrijdend gedrag’ maakt het niet overtuigender. Wel hypocrieter en ongeloofwaardiger.

 

Aan mijn lijf geen polonaise meer

Misschien ben ik extra gevoelig – wie weet, zelfs overgevoelig – omdat ik als tiener en vroege twintiger communist was en in die tijd genoeg anonieme aanklachten en afgedwongen bekentenissen heb mogen meemaken voor een heel mensenleven. Aan mijn lijf geen polonaise meer, en al helemaal geen mini-maoïsme. Mogelijk ook kan ik de term ‘veilige omgeving’ niet meer horen sinds ik vijf jaar geleden als kritische docent op de School voor Journalistiek van de directeur begreep dat diverse mensen zich ‘onveilig’ voelden door wat ik in mijn columns in het hogeschoolblad schreef. Nooit kreeg ik te horen wat precies tot ‘onveiligheid’ leidde. Nooit ook bracht een van de betreffende collega’s het lef op om mij te vertellen dat hij een van die mensen was of wat zij van mij verwachtte. Wel werd ik op deze manier opzichtig richting uitgang begeleid, een vertrek dat ik uiteindelijk zelf verkoos.

Het wordt tijd dat we anonieme verdachtmakingen en schuilen achter andermans rug gaan zien als wat ze zijn… Kleinzielig en kortzichtig gedrag, waarmee degene die het begaat zichzélf diskwalificeert. En dat we nooit maar dan ook nooit buigen voor het soort kwezelaars dat zichzelf als progressief voordoet maar uiteindelijk regelrecht uit Kafka’s Proces weggelopen lijkt.

 

 

Wie ooit gepassioneerd journalist was, verliest nooit de journalistieke blik. Ook niet als hij later filosoof wordt. Met veel plezier verwerk ik in mijn colleges en classes iedere week weer de actualiteit. Of het nu gaat over politiek, ethiek of levenskunst.  Over Aristoteles of Nietzsche, Hannah Arendt of Simone de Beauvoir. Maar nu ga ik eens iets anders doen. Twee inspirerende interactieve bijeenkomsten over de issues van dit ogenblik, bezien vanuit filosofisch perspectief. Ditmaal is het niet de denker of de gedachte, maar de actualiteit die centraal staat.

Mogelijke onderwerpen en daarbij te betrekken ideeën & denkers (de uiteindelijke keuze maak ik een week tevoren, dan zijn we up to date)

 

Polarisatie tussen ‘pro’ en ‘anti’

Coronacrisis: dilemma’s van vrijheid versus veiligheid, verschillende ethische benaderingen (deugdenethiek, plichtsethiek, consequentialisme, zorgethiek, ethiek-3.0). Hoe om te gaan met onwilligheid en onvrede, polarisatie tussen anti- en pro-vaxxers, en complottheorieën. Hier zouden we kunnen putten uit bijvoorbeeld de ideeën van Kant, Mill en Socrates.

 

Van Machiavelli tot Kahneman

Klimaatcrisis: politiek-filosofische visies op de gewenste wisselwerking tussen ngo’s zoals Milieudefensie en Urgenda enerzijds, en de overheid of grote bedrijven zoals Shell, KLM of Unilever anderzijds. Een politiek-psychologische verkenning van de inactiviteit van burgers oog in oog met even urgente als complexe problemen. Hier zou Machiavelli aan de orde kunnen komen, maar ook de psychologie van Daniel Kahneman.

 

Vijanden, zondebokken en alternatieven

Populisme: wat kunnen we uit de geschiedenis leren over de manier waarop populisten munt slaan uit economische of politieke crises. Denk aan de rol van ressentiment (Nietzsche!) en het aanwijzen van vijanden of zondebokken. En vooral… wat zouden hiervoor alternatieven kunnen zijn? Chantal Mouffe, Danielle Allen en Remko van Broekhoven ;-).

 

Twee vrijdagmiddagen – 25 februari en 25 maart – gaan we tussen één en vijf filosoferen over het nieuws. Eerst een college van 2,5 uur en dan nog anderhalf uur om met een kleine groep van maximaal acht mensen verder te spreken. Locatie: DAAR, in Utrecht. Prijs: 250 euro. Je kunt je bij mij opgeven, uiterlijk donderdag 10 februari: contact@remkovanbroekhoven.nl

 

 

 

 

 

 

De afgelopen week heeft het Gerechtshof van de Publieke Opinie overuren gemaakt. Sterker nog: het lijkt over zijn toeren geraakt. Duizenden Nederlanders hebben zich op social media, in de kranten, op radio en tv, uitgesproken over Jeroen Rietbergen, Marco Borsato, Ali B. en die ene, aanvankelijk nog anonieme regisseur. Voor het gemak deden de dames en heren opiniemakers daarbij dienst als achtereenvolgens aanklager, rechter én – dat laatste zonder zichtbare tegenzin – beul. ‘Het lijkt wel een computerspel,’ merkte mijn geliefde kalmpjes op nadat we het nieuws hoorden dat Marco B. en Ali Bouali niet meer te beluisteren zouden zijn op diverse radiozenders. ‘In één klap deleten ze je.’

 

Een gênant spektakel

De aanklachten zoals ze werden verzameld door BOOS zijn uiteenlopend en in enkele gevallen – die van verkrachting – ernstig. Verder tonen ze vooral een gênant spektakel van oudere mannen die zich niet weten te beheersen tegenover jongere vrouwen, hetgeen in de betreffende context van machtsongelijkheid des te kwalijker is te noemen. Maar evenzeer kwalijk vind ik de mate waarin vrijwel volledig kakelend Nederland een van de belangrijkste principes van de rechtsstaat lijkt te hebben losgelaten: de aanname dat je onschuldig bent totdat je schuld bewezen is. En dan bedoel ik niet bewezen door een verslaggever, recensent of iemand die iets van horen zeggen heeft, maar door een rechter. Dat recht geldt zelfs voor mensen naar wie we op televisie al zo lang  gekeken of geluisterd hebben, waarbij we misschien maar al te blij zijn dat ze als knuffel-Marokkaan door de mand vallen of waarvan we altijd al dachten dat ze net iets te close waren met de kinderen die ze zo enthousiast begeleidden op weg naar eeuwige roem.

 

De scherven van je carrière bijeenvegen

Wat begon als de openbaarmaking van een reële misstand, is in iets meer dan een week uitgegroeid tot een hysterisch en lelijk schouwspel. Je kunt je afvragen hoe dit verder gaat. En dan bedoel ik niet alleen met de betrokken personen, die ófwel in het geval van de seksueel belaagden te dealen hebben met emotionele schade en verwarring over wat hen nu precies overkomen is; ofwel – in het geval van de belagers – het nodige uit te leggen hebben aan hun geliefden en de scherven van hun carrière moeten bijeenvegen. Maar er zijn meer belangen in het geding. Die van de toekomstige slachtoffers van seksueel geweld bijvoorbeeld: zij zijn gebaat bij een helder onderscheid tussen dit geweld enerzijds; en anderzijds een ongepaste opmerking of een aanraking die soms ongewenst kan zijn maar ook deel van het contact tussen mensen dat we ons wellicht nog kunnen herinneren van een wereld vóór Corona. Alles, rijp en groen, op één stapel werpen van ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag’ geeft misschien de moraalridders en lijders aan smetvrees onder ons een goed gevoel. Maar het doet geen recht aan de akelige en unieke ervaring van wie is verkracht of aangerand.

 

Relativering van onze eigen voortreffelijkheid

Wel opent het de weg voor ieder die nog een appeltje te schillen heeft met een Bekende Nederlander. Beschuldig hem of haar niet eens van seksueel geweld, maar simpelweg van iets wat velen van ons wel eens hebben gedaan en waar we bepaald niet trots op zijn; oogst de bijval van talloze mensen die er niet bij waren maar er vast wel wat van vinden; en merk dat de betrokken werkgevers hun coryfeeën ogenblikkelijk laten vallen, onder druk van de adverteerders of omdat ze zelf graag ‘het goede’ doen. Voor de duidelijkheid, ik ben me ervan bewust hoeveel mensen slecht kunnen lezen: ik praat geen seksueel geweld goed, ik juich serieus onderzoek naar zulk geweld toe, en het lijkt me fijn als machtige mannen (en vrouwen) zich wat vaker meester tonen over hun begeerten. Ik stel het echter wel op prijs als we daarmee omgaan op een manier die de rechtsstaat respecteert en die net een tikje meer mildheid jegens ‘zondaars’ toont, evenals relativering van onze eigen voortreffelijkheid.

 

De blik op welk decolleté dan ook

Wanneer is het genoeg? Als we nooit meer kijken naar The Voice of Holland, nooit meer luisteren naar de muziek van Borsato en Ali B.? Als die laatste zelfmoord pleegt door de sprong naar beneden te wagen, vanaf zijn indrukwekkende Ego? Als er nooit maar dan ook nooit meer een mannelijke blik te zien zal zijn op welk decolleté dan ook? Ik stel voor dat we met minder genoegen nemen. Dat we de rechterlijke macht laten uitzoeken en zich laten uitspreken over wat er gebeurd is. Dat we journalisten laten onderzoeken wat de cultuur bij organisaties is, maar dan zonder de pretentie dat iedereen bij zo’n organisatie zich voortdurend onberispelijk gedraagt. En dat we het in alle openheid durven opnemen tegen degenen die dergelijke organisaties leiden. Want ook dat was een lelijk dingetje, de afgelopen week: dat alle, maar dan ook werkelijk álle aanklachten anoniem werden gedaan. Dat een slachtoffer van seksueel geweld niet herkenbaar in beeld wil, snap je. Maar het zou het fraaie initiatief van de vrouwen bij de firma De Mol sieren als hun volgende stap wordt om zich met naam en toenaam te presenteren. Wie gezamenlijk met heel veel anderen vecht, hoeft zich niet te verschuilen.

 

Een stoïcijnse deugd

Voor de rest van ons, de niet-direct-betrokkenen, rest een deugd die de stoïcijnse senator Seneca ons bijna twee millennia terug aanreikte: die van de genade. Genade, zo stelt Seneca, is de beheersing van jezelf op het moment dat je in staat bent om een klap uit te delen, juist aan iemand die eigenlijk straf verdient. En al helemaal wanneer je niet zeker weet of iemand wel straf verdient. Het is de mildheid die je opbrengt voor degene die je op zijn rug hebt gekregen terwijl jij met je hand geheven boven hem hangt. Zullen we dat met z’n allen eens proberen? Niet uitlachen, niet veroordelen, maar de steun voor wie geschaad is overlaten aan wie hier toe in staat is, en ons verder vooral in ons eigen leven een beetje fatsoenlijk gedragen?