Een kleinschalige cursus waarin we de vraag beantwoorden wat wij van Machiavelli kunnen leren. We verkennen deze vraag met zijn even beroemde als beruchte boek De Heerser (1513). Machiavelli’s provocerende ideeën passen we zowel toe op de wereldpolitiek en -economie als op onze eigen levens: denk aan de vraag in welke situaties je mag – of zelfs moet – liegen; aan de noodzaak van tough love voor het bestwil van je partner of kinderen; en aan de vraag of je beter gevreesd dan geliefd kan worden door mensen die níet per se het beste met jou voor hebben, op je werkplek of op andere plekken in je publieke leven.

Plaats en tijd: Utrecht, Coachhuis Maliebaan, de donderdagavonden 4, 11, 18 en 25 juni 2026. Steeds van 19.00 tot 21.30. Kosten: 300 euro. Je kunt je aanmelden via het contactformulier op deze site.

Toeval of niet? De voorbije week verschenen – eerst in de NRC en toen in de Volkskrant – twee artikelen waarin de vrijheid bekritiseerd werd. Dat wil zeggen: de vrijheid van het individu. Dinsdag betoogden psychiater Esther van Fenema en predikant Joost Röselaers in de NRC: ‘Echte vrijheid betekent loslaten en ontstijgen van het individu’. Zaterdag schreef filosoof Tim Fransen in de Volkskrant dat ‘individuele vrijheid’ niet alleen de democratie ondermijnt, maar onze hele samenleving.

Het alternatief? Bij Fransen ‘collectief zelfbestuur’ en een ‘gevoel van saamhorigheid’. Bij Van Fenema en Röselaers ‘antimachteloosheid’ en ‘onze menselijkheid anno nu weer te voelen zoals die bedoeld lijkt’. Laat het duo nu net afgelopen donderdag een boek hebben uitgebracht onder de titel ‘Groter dan ik’. Vrij (no pun intended) naar het nummer van Froukje uit 2020. Wat zong ze ook alweer? Op dat we het redden met horten en stoten. En dat we gaan praten vooral met elkaar.

Het is makkelijk om beide betogen te ridiculiseren. Cynisch bijvoorbeeld, door ze ervan te beschuldigen dat ze Bevrijdingsdag aangrijpen om een carrière als cabaretier in stand te houden dan wel een boek te verkopen. Of inhoudelijker, omdat ze voorbijgaan aan 2500 jaar politieke filosofie waarin nogal wat goede punten zijn gemaakt tegen het beknotten van individuele vrijheid vanwege ‘algemeen belang’ of ‘iets wat groter is dan jezelf’. Geen woord over deze discussie in de stukken van Fransen, Van Fenema en Röselaers.

Maar laten we liever denken aan de cruciale twee woorden die het improvisatietoneel ons aanreikt, als het gaat om het gaande houden van discussie, spel of actie: niet zozeer nee, maar… of ja, maar… als wel: ja, én… Prima hoe drie denkers in de week voorafgaand aan 5 mei de risico’s van een vrijheid benadrukken die vooral leidt tot de eigen blijheid ten koste van het collectief (Fransen); of van een individuele maakbaarheidsdwang die ook het ‘ik’ niet werkelijk machtiger of gelukkiger maakt (Van Fenema en Röselaers). Point taken.

Nu nog bedenken hoe je onze autonomie begrenst op een wijze die recht doet aan de vrijheid die 81 jaar geleden bevochten is. Zonder valse romantiek over ‘collectief zelfbestuur’ en ‘saamhorigheid’. Want waartoe die in West en vooral Oost hebben geleid, kunnen we ons ook maar beter blijven herinneren. Als je het hem vraagt, heeft deze politiek filosoof nog wel een paar ideeën. Net als Froukje trouwens. Ik wil een toekomst en jij wil het ook. Of je blijft blind want waar vuur is is rook. De vlag kan uit.

Een reeks van tien bijeenkomsten waarin we terugkijken op de kwart eeuw sinds 11 september 2001: de aanslagen op de Twin Towers. We focussen daarbij op drie fenomenen die hierna in Nederland én erbuiten een grote rol zijn gaan spelen in onze politiek: charisma, populisme & polarisatie. Alle drie waren ze ook prominent aanwezig bij de komeetachtige opkomst van Pim Fortuyn, vlak na ‘9-11’ tot aan zijn dood op 6 mei 2002. Vanaf 11 september 2026 op de Volksuniversiteit Utrecht.

Er is een verhaal over een leerling die zijn zenmeester voortdurend blijft vragen naar de dood. Hoe is die? Wat komt erna? Hoe ziet dat eruit, en hoe voelt het? Op een gegeven moment is de meester er wel klaar mee, en zegt hij: ‘Hoe kan ik je hierop een antwoord geven? Ik ben misschien je meester, maar ik ben toch niet dood?’ Het blijft een filosofisch én praktisch probleem: achterhalen wat het betekent om dood te zijn. Misschien kunnen we het beter hebben over hoe het is om te leven met het besef dat je dood gaat, en over wat sterven ons over het leven leert. Op 12 mei spreek ik in Dronten over ‘Sterven als een stoïcijn.’ Je kunt erbij zijn. En nu maar hopen dat ik lang genoeg leef om het te vertellen…

Wat zou ‘goed leven’ kunnen zijn? Op maandag 29 juni gaan we die vraag vanuit vele verschillende perspectieven beantwoorden tijdens een zomerschool van HOVO Brabant: Boeddha en tao; Aristoteles en Epicurus; de Stoa; en de Franse existentialisten. We gaan filosoferen over gemoedsrust en betrokkenheid; verlies en vergankelijkheid; liefde en vriendschap. Dat alles nemen we serieus, zonder het overmatig ingewikkeld te maken. Klik hier voor meer info….

Interessant essay van Joost de Vries afgelopen zaterdag in de Volkskrant over ‘Fascisme als filosofie’. Dan heb je de aandacht van deze filosoof. Zeker als je je verhaal vertelt aan de hand van de stoïcijnse keizer Marcus Aurelius en zijn immorele zoon Commodus in Gladiator, Ridley Scott’s filmhit uit 2000.

Als je De Vries mag geloven staat Commodus, het even verwende als miskende kind van een groots keizer, symbool voor het hedendaagse fascisme. ‘Niemand cijfert zich weg voor de groep, niemand is sneuvelbereid’. Daarmee biedt de journalist van de Volkskrant een originelere analyse dan fascismefluisteraars – of FASCIST!-roepers – als Rob Riemen en Rosan Smits.

Tegelijkertijd berust ook zijn betoog op het therapeutiseren van de vermeende fascisten die leiders als Trump en Wilders volgen. “Dat is een volgende vraag voor alle fascisme-auteurs,” besluit De Vries. “Niet alleen ‘hoe zijn al die miljoenen mensen fascistische bewegingen ingelokt?’, maar ook ‘hoe hielden ze weer op fascist te zijn en gingen ze weer verder met hun leven?'”

Als hij écht geïnteresseerd is in het antwoord op die vraag, zou hij beter eens in de spiegel kijken die alle ‘fascisme!’-roepers zo zorgvuldig vermijden. Wat kunnen ‘wij’ – de niet- en anti-fascisten – beter doen? De opkomst van rechtspopulisme – of fascisme, als je het zo liever noemt – vindt niet plaats in een vacuüm. Het is onder meer het gevolg van elites die ongelijkheid in stand houden en iedereen ‘onder’ hen laten leven met de niet louter prettige kanten van massamigratie. Om diegenen wanneer ze vervolgens op de ‘verkeerde’ politici stemmen, weg te zetten als racisten of tokkies.

Pas als schrijvers en politici, journalisten en activisten, werkelijk oog – én empathie – krijgen voor de problemen van degenen die niet tot de kletsende klasse behoren, ontstaat er zicht op een alternatief voor rechts-populisme. Waar zijn Marcus Aurelius – en Maximus – als je ze nodig hebt?

Laat ik het maar meteen zeggen: AI is the fucking Antichrist. Zelden eerder vond de mens iets uit wat zo schadelijk is voor de mens. En niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de natuur.

Een jaar geleden maakte Google bekend dat zijn CO2-uitstoot vergeleken met vijf jaar daarvoor met bijna 50% is toegenomen. Oorzaak: datacenters voor kunstmatige intelligentie. Denk daar even aan voordat je de volgende keer het AI-overzichtje aanklikt dat tegenwoordig als eerste verschijnt bij je Google-zoekopdracht.

Eind mei bleek uit nieuw onderzoek dat AI vorig jaar verantwoordelijk was voor 11 tot 20% van het wereldwijde stroomverbruik bij datacenters. Netbeheer Nederland verwacht een stijging van 40 tot 70% in 2050 ten opzichte van het huidige energieverbruik. Dank je, ChatGPT, Grok en Copilot.

Met ruim acht miljard mensen op aarde, en op koers naar de tien miljard, zal AI zowel energieschaarste als oververhitting aanjagen. We kunnen het ook omkeren en positief formuleren: wanneer we ons bevrijden van AI, wordt het een stuk makkelijker om klimaatverandering op te vangen en iedereen van voldoende energie te voorzien.

En nee: daarmee verliezen we geen levensreddend staaltje technologie. We krijgen er menselijk contact en menselijke creativiteit voor terug, in plaats van robots die checken of wij geen robots zijn. We vinden meer tijd om in de natuur te zijn, in plaats van eindeloos naar een schermpje te turen. En we veroveren de macht over ons eigen leven, waar we deze nu dreigen af te staan aan harteloze machines of aan mensen met een machinehart.

Laat je niet wijsmaken dat AI een noodlot, natuurverschijnsel of de enig mogelijke weg vooruit is. Het is eerst en vooral de droom van techneuten die denken dat slechts wat geteld en benoemd kan worden van waarde is; en het is het verdienmodel van ondernemers die vergeten zijn wat het is om mens te zijn: een geschenk dat je te danken hebt aan heel veel andere mensen en aan moeder natuur. Nu is het nog niet te laat om AI te stoppen. Straks kan dat heel anders zijn.

Het is zo simpel. Negeer de AI-tools die je worden aangeboden als je online bent. Vertel je werkgever, opdrachtgever of tech-gigant dat je geen kunstmatige intelligentie nodig hebt. Stem bij de Kamerverkiezingen straks op een partij die AI onder democratische controle wil brengen. En, dat vooral: verlaat het scherm dat je nu aanstaart, om iets menselijks te doen. Spelen met je kind of kleinkind. Sporten of mediteren. Schreeuwen, vrijen of lachen. Wees, en blijf een mens.

 

En weer komen er verkiezingen. Laten we eens gek doen en ons inbeelden dat ze werkelijk wat veranderen. Dat over een half jaar bij de koning op het bordes een kabinet staat waar de visie, de ambitie en de positiviteit vanaf spatten. Een kabinet dat niet onnodig polariseert en hele volksmassa’s van zich vervreemdt, maar miljoenen mensen inspireert om zelf in beweging te komen en dit land even revolutionair als vreedzaam te veranderen.

Eén probleem. De partij die dit kan bewerkstelligen bestaat nog niet. In plaats daarvan zie ik politici die angst aanwakkeren tot hysterie, en handelen in haat. En ik hoor hoe weer andere politici daarop antwoorden met eerst en vooral morele zelfgenoegzaamheid en nogal wat neerbuigendheid naar ‘de andere kant’. Ik mis een radicaal midden, ver weg van de extremen op links en rechts. Een partij die doet wat christendemocraten, sociaaldemocraten en liberalen deden als ze op hun best waren: Nederlanders – wier afkomst, inkomen en opleiding sterk uiteenliepen – bij elkaar brengen op basis van normen, waarden en idealen.

Sommige politici mobiliseren bij voorkeur met een gemeenschappelijke vijand, of met een gezamenlijke zondebok. Dat kan de asielzoeker zijn, de moslim, de Marokkaan of de EU. Hij kan ook Wilders heten, Trump of ‘het fascistische gevaar’. Die steeds maar aanvallen, kan goed voelen en levert je likes op van je eigen parochie. Maar helpt het jou en ons echt verder, dat eindeloze demoniseren en polariseren?

 

I Have a Nightmare

Stel je voor dat Martin Luther King alleen zou hebben uitgeroepen: ‘I Have a Nightmare’. En dat hij eindeloos zou hebben gehamerd op de slechtheid van zijn tegenstanders. Wat hij daarentegen deed, was zowel zijn aanhangers als die tegenstanders een droom aanreiken. Met op weg daarheen tastbare doelen en daden. Ik droom van een Nederland waar natuur geen linkse hobby is maar ons aller eerste zorg, zodat ook onze kinderen en kleinkinderen welvarend en veilig kunnen leven.

 

De economie van het genoeg

Precies daarom droom ik ook van een kabinet dat durft wat geen enkel eerder kabinet aandurfde. Een economie van het genoeg realiseren, niet ergens ver weg in de toekomst maar morgen of uiterlijk overmorgen al. Dat vereist doortastend beleid om te voorkomen dat natuurvernietiging tot voedsel- of energieschaarste leidt. Het vereist ook dat we alternatieven hebben voor degenen van wie we hierbij opofferingen vragen: of dit nu de bouw of boeren zijn, energieverslindende bedrijven of burgers met een klein budget. Zoals aan ieder ideaal hangt er een prijskaartje aan de economie van het genoeg… Zolang we deze kosten maar eerlijk verdelen en de sterkste schouders dus de zwaarste lasten dragen.

 

Het Wassenaar van de wereld

Er is nóg een issue waar ik meer realisme en redelijkheid zou willen zien. Ik heb het over onze omgang met de rest van de mensheid. Nederland is het Wassenaar van de wereld, een villawijk die onvermijdelijk aantrekkelijk is voor mensen die het minder goed hebben. De beste dienst die je hen bewijzen kunt, is helpen hun eigen landen veiliger en welvarender te maken. Vrede- en veiligheidspolitiek dus, maar ook actie ondernemen zodat de economie van het genoeg een wereldwijde realiteit wordt en mensen zich niet meer gedwongen voelen hun land te verlaten vanwege armoede of natuurrampen.

 

Tot het zover is, zullen de vluchtelingen, arbeidsmigranten en ‘gelukszoekers’ blijven komen. Het is aan degenen die hier al wonen, te bepalen hoe veel mensen we wel – of niet – willen toelaten. We hebben het volste recht om van wie hier komen wonen, te eisen dat ze Nederlands leren en ook anderszins integreren. Of het nu om asielzoekers gaat of om expats. En we hebben als samenleving de morele plicht om gastvrij te zijn voor politieke vluchtelingen, maar ook begrip te tonen voor wie zich zorgen maakt om de gevolgen van massamigratie, zonder mensen weg te zetten als Tokkies, racisten of xenofoben.

 

Laten we eens gek doen

Laten we eens gek doen. Een kabinet kiezen dat het juiste midden vindt tussen ‘rechtse’ bekrompenheid en ‘linkse’ zelfvoldaanheid. Zestien ministers vinden die achttien miljoen kiezers – de kiezers van nu en de kiezers van de toekomst – bezielen met hun beleid. Ziedaar de best denkbare remedie tegen autoritaire volksfluisteraars, tegen het soort heren en wellicht dames die je beloven al je problemen in een oogwenk op te lossen. Bij voorkeur zonder die o zo trage en lastige democratie. De vraag is niet die naar wel of geen democratie. De vraag is of we onze democratie van de broodnodige daadkracht gaan voorzien. Ik ben benieuwd naar de partij die ons hiertoe inspireren kan.

 

 

 

“Er staat een vent op de weg met een geel gezicht en een gele snor. Hij heeft een geel gemoltonneerd mouwvest aan en een pelsmuts op het hoofd, hoewel het allang zomers weer is. Hij draagt een vuile gele broek en bruine laarzen en in zijn handen heeft hij een geweer. Hij grijnst. Ik dacht, waar heb ik hem toch meer gezien? Hij stak zijn hand uit en zei: ‘Tawarisjtsji.’ Iemand schreeuwt, en het is alsof het woord hem uit de keel wordt gescheurd: ‘Tawarisjtsji!’ Het golfde, golfde over de velden. Tawarisjtsji betekent: kameraden.”

 

Het is 23 april 1945, en zo beschrijft Abel Herzberg zijn bevrijding. Twee weken eerder is hij op de trein gezet in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Het lijkt een desperate poging van de Nazi’s om hun gevangenen uit handen te houden van de oprukkende geallieerden. Ofwel, in Herzbergs eigen woorden: “De Duitsers gaven alles prijs behalve hun prooi.”

 

Nazi-newspeak

Vanaf januari 1944 zat de jurist samen met zijn vrouw Thea gevangen in Bergen-Belsen. Het was aanvankelijk –  in Nazi-newspeak – geen vernietigings- maar een ‘uitwisselings’-kamp: de Joden die hier gevangen zaten, konden worden ‘geruild’ tegen Duitsers die elders gevangen zaten. Dan nog waren ook hier de omstandigheden verschrikkelijk, zeker toen het kamp uiteindelijk verder overbevolkt raakte met alsmaar nieuwe gevangenen. Van hen kwamen uiteindelijk zo’n zeventigduizend mensen om. Waaronder Anne Frank, en haar zus Margot.

Abel en ook Thea overleefden het dus. Een jaar na de bevrijding publiceerde hij er een indrukwekkend boek over: Amor Fati. Op zich al een ironische titel, deze ‘liefde voor het lot’, nota bene door Friedrich Nietzsche gemunt in zijn Vrolijke Wetenschap. Nietzsche, de favoriete filosoof van het Nazisme. En de bedenker van nog een begrip, dat in de handen van Hitler een geheel nieuwe betekenis kreeg: de Übermensch.

 

Viktor Frankl

Het is een van de vele overeenkomsten tussen Herzberg en die andere beroemde Untermensch die de Holocaust overleefde: Viktor Frankl. Ook Frankl publiceerde in 1946 een boek over zijn kampervaringen: Ein Psycholog erlebt das Konzentrationslager. Het zou later beroemd worden onder de titel Man’s Search For Meaning. En ook Frankl citeert Nietzsche: “Kennen we het waarom van het leven, dan kunnen we met vrijwel elk hoe overweg.”

Frankl maakt duidelijk dat hij niet in een absoluut geldig en overal geldend ‘waarom’ gelooft. Het is de zin die je zelf aan je leven geeft, ook en juist als dat leven je allesbehalve toelacht. Dat waarom – of misschien beter gezegd: daarom – is wat je op de been houdt. Het kan, zegt Frankl, het terugvinden van je kind zijn. Een boek dat je nog eens wilt afronden. Die omhelzing van je omstandigheden dankzij de liefde die je erin kunt leggen… dat zou je ook weer Amor Fati kunnen noemen.

 

Stoïcijnse levenskunst

Het is precies deze stoïcijnse levenskunst uit de Universiteit van het Lijden en de Dood, die tachtig jaar verder de tand des tijds glorieus heeft doorstaan. In de verhalen van andere slachtoffers en overlevers vinden we deze evenzeer terug. Denk aan Het Achterhuis, Etty Hillesums Verstoorde leven, Primo Levi’s Is dit een mens en Edith Egers De keuze. Stuk voor stuk getuigenissen van de gruwelen die de mens de mens kan aandoen; maar, dat vooral… monumenten van veerkracht en acceptatie. Niet als doffe berusting, maar als vrijheid oog in oog met gegevenheid. Voor mij de reden om er dit jaar weer twee collegereeksen aan te wijden, bij de Volksuniversiteit en bij het HOVO.

 

Terug naar die ene fenomenale overlever: Abel Herzberg. Hoe hem beter te herdenken dan met drie van zijn eigen uitspraken, vandaag helaas niet minder actueel dan toen hij ze deed? In Amor Fati wijdt hij een zin aan zijn grote kwelgeest, kampcommandant Joseph Kramer: “Nu ben ik geen psychiater en ik kan niet verder komen dan de indruk van een leek die, zelfs als hij tegen de grond geslagen wordt, de belangstelling niet verliest voor zijn tegenstander, omdat hij weet dat deze belangstelling de eerste voorwaarde is om te zijner tijd raak en juist terug te slaan.”

 

Cognitieve empathie

In de psychologie wordt onderscheid gemaakt tussen emotionele en cognitieve empathie. De eerste veronderstelt een band doordat je meent te voelen wat de ander voelt; de tweede begrijpt wat de ander voelt zonder met hem mee te leven, laat staan aardig te vinden. Dat laatste lijkt hier van toepassing: Herzberg wil weten wat zijn vijand beweegt. Niet om hem te excuseren, maar om hem des te beter te kunnen hanteren. En desnoods… elimineren.

Een dergelijke secundaire reactie – niet impulsief vanuit je emoties reageren, hoe begrijpelijk dat ook zou zijn – is een van de basisboodschappen van de Stoa. Zeker als je er vervolgens een fatsoenlijke analyse op loslaat en er een beheerste actie op volgt. Je zou het de mensen in Israël en Palestina vandaag de dag van harte gunnen. Niet alleen voor hun eigen bestwil, maar ook voor diegenen die zij nu als hun vijand ervaren.

 

De meeste mensen deugen?

Enkele pagina’s nadat hij zich over commandant Kramer heeft gebogen, stelt Herzberg de vraag: “Is dat allemaal nu uitsluitend Duits?” Zijn antwoord is ontkennend. Hij voegt er nog twee vragen aan toe: “Zijn er niet overal heel wat meer mensen zonder overtuiging en – wat erger is – zonder vatbaarheid voor enige overtuiging dan men aanvankelijk denkt, ook onder de zogenaamd overtuigden? Bestaat er niet heel wat meer lust aan vervolging en leed dan men zich bewust is?”

Het lijkt een vloek in de kerk van ‘De meeste mensen deugen’. Wie zal het zeggen. Wat Herzberg hier volgens mij terecht vaststelt – met dit drieluik van retorische vragen – is dat velen van ons, wellicht wijzelf ook, niet allemaal even bewust bezig zijn ‘het goede’ te doen. Of dat we denken het goede te doen, maar dit niet zodanig doordacht hebben dat het bepaalde andere elementen van het mens-zijn uitvlakt. De voldoening die we soms kunnen voelen als we iets – of iemand – vernietigen. De neiging om zondebokken te vinden en op het altaar te brengen. Om eens te meer met Nietzsche te spreken: “Ach, maar al te menselijk…”

 

Meester van je geest

Er is een derde uitspraak van Abel Herzberg. Ze staat niet in Amor Fati, maar in een interview met Felix Rottenberg (Trouw, 12-01 ’19). Rottenberg, over zijn grote voorbeeld: “Tegen andere oud-kampslachtoffers zei hij: ‘Je moet van die woede af, anders hebben ze je twee maal te grazen. Eerst in het kamp, daarna als meester van je geest.’ Dat je op die manier naar je vijand kijkt, getuigt van grote wijsheid. Wat niet wil zeggen dat mensen die het niet voor elkaar krijgen dom zijn, want ze zijn chronisch ziek gemaakt. Ik heb ervan geleerd dat rancune zinloos is – in het klein hoor.”

Zowel Herzberg als Rottenberg verwoordt het perfect. Hoe begrijpelijk en terecht de woede ook mag zijn… jij hebt er uiteindelijk last van. Juist als die vijand van toen nu buiten je bereik leeft, of wellicht allang gestorven is. Tegelijkertijd is het zaak mild te zijn voor jouw woede en zeker die van anderen, die wellicht niet jouw temperament of juist gebrek daaraan hebben. En vooral wanneer je zelf geen slachtoffer bent, past stilzwijgen tegenover mensen die zoveel ergers hebben meegemaakt. Wat weer niet wil zeggen dat je van hen niets leren kan voor jouw eigen leven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vorige week liet mijn vrouw me een foto zien. Deze foto. Ik moest even goed kijken en ik zag het niet. Toen wees ze me op het lichtgroene mos in het vogelhuisje. Jarenlang had het leeg gestaan en ineens was een winterkoninkje er een nestje in aan het maken. De dag erna liep ik langzaam naar het huisje toe. Net toen ik in de buurt kwam, vloog het weg, het vogelhuisje uit.

Het verwonderde me, en vervulde me van bewondering: dit moment met dat prachtige kleine vogeltje. Er was ook de dankbaarheid dat het in onze tuin kwam nestelen… Juist in dat vogelhuisje dat we ooit aan mijn schoonvader schonken. En dat we terugkregen nadat zowel hij als mijn schoonmoeder bijna vijf jaar terug overleden waren.

Toen kwam de weemoed. Ik dacht weer aan de wereld, en wat daar aan de hand is. Ik dacht aan de mannen die zich meester van deze wereld wanen: Musk, Trump, Poetin. Die mannen die er zo hardhandig en slordig mee omgaan. Met de natuur, met andere mensen, uiteindelijk ook met het kwetsbare kind dat ergens in henzelf – heel diep weggestoken – nog moet schuilen.

En ik dacht aan wat Tennessee Williams ooit schreef in de aanwijzingen voor zijn toneelstuk The Glass Menagerie: “When you look at a piece of delicately spun glass you think of two things: how beautiful it is and how easily it can be broken.” Het geldt voor een glas niet minder dan voor een vogeltje, voor een mens niet minder dan voor deze hele wereld: zo mooi, zo kwetsbaar, en zo makkelijk kapot te maken.

Ik hoop dat het winterkoninkje bij ons blijft nestelen. Of dat het zich vrij voelt weg te blijven als het zich daar beter bij voelt. En ik hoop dat degenen die zich bewust zijn van alles wat breekbaar is in de wereld om hen heen, het uiteindelijk winnen van degenen die haar eerst en vooral overheersen willen.