Tag Archief van: Vrijheid

Toeval of niet? De voorbije week verschenen – eerst in de NRC en toen in de Volkskrant – twee artikelen waarin de vrijheid bekritiseerd werd. Dat wil zeggen: de vrijheid van het individu. Dinsdag betoogden psychiater Esther van Fenema en predikant Joost Röselaers in de NRC: ‘Echte vrijheid betekent loslaten en ontstijgen van het individu’. Zaterdag schreef filosoof Tim Fransen in de Volkskrant dat ‘individuele vrijheid’ niet alleen de democratie ondermijnt, maar onze hele samenleving.

Het alternatief? Bij Fransen ‘collectief zelfbestuur’ en een ‘gevoel van saamhorigheid’. Bij Van Fenema en Röselaers ‘antimachteloosheid’ en ‘onze menselijkheid anno nu weer te voelen zoals die bedoeld lijkt’. Laat het duo nu net afgelopen donderdag een boek hebben uitgebracht onder de titel ‘Groter dan ik’. Vrij (no pun intended) naar het nummer van Froukje uit 2020. Wat zong ze ook alweer? Op dat we het redden met horten en stoten. En dat we gaan praten vooral met elkaar.

Het is makkelijk om beide betogen te ridiculiseren. Cynisch bijvoorbeeld, door ze ervan te beschuldigen dat ze Bevrijdingsdag aangrijpen om een carrière als cabaretier in stand te houden dan wel een boek te verkopen. Of inhoudelijker, omdat ze voorbijgaan aan 2500 jaar politieke filosofie waarin nogal wat goede punten zijn gemaakt tegen het beknotten van individuele vrijheid vanwege ‘algemeen belang’ of ‘iets wat groter is dan jezelf’. Geen woord over deze discussie in de stukken van Fransen, Van Fenema en Röselaers.

Maar laten we liever denken aan de cruciale twee woorden die het improvisatietoneel ons aanreikt, als het gaat om het gaande houden van discussie, spel of actie: niet zozeer nee, maar… of ja, maar… als wel: ja, én… Prima hoe drie denkers in de week voorafgaand aan 5 mei de risico’s van een vrijheid benadrukken die vooral leidt tot de eigen blijheid ten koste van het collectief (Fransen); of van een individuele maakbaarheidsdwang die ook het ‘ik’ niet werkelijk machtiger of gelukkiger maakt (Van Fenema en Röselaers). Point taken.

Nu nog bedenken hoe je onze autonomie begrenst op een wijze die recht doet aan de vrijheid die 81 jaar geleden bevochten is. Zonder valse romantiek over ‘collectief zelfbestuur’ en ‘saamhorigheid’. Want waartoe die in West en vooral Oost hebben geleid, kunnen we ons ook maar beter blijven herinneren. Als je het hem vraagt, heeft deze politiek filosoof nog wel een paar ideeën. Net als Froukje trouwens. Ik wil een toekomst en jij wil het ook. Of je blijft blind want waar vuur is is rook. De vlag kan uit.

Ik heb het al eens eerder verteld. Mijn moeder is net als ik filosoof. Mijn moeder heeft bovendien Alzheimer, en zit in een verzorgingshuis. Zaterdag zocht ik haar op. Voor haar op tafel lag de krant van die dag. Het is niet zozeer dat ze nog werkelijk lezen kan, laat staan dat ze onthoudt wat ze leest. Maar ze vindt het fijn om een krant bij zich te hebben. Ernaar te kijken. En erover te praten.

 

De schietpartij bij het Erasmus MC

Dus dat deden we, zaterdag. Ik las haar voor uit een interview met een getuige van de schietpartij bij het Erasmus MC op 28 september 2023. Deze week staat Fouad L. terecht voor het doodschieten van zijn docent Jurgen Damen. Eerder die dag had hij zijn buurvrouw Marlous en haar 14-jarige dochter Romy vermoord. Student-assistent Jasper was erbij toen Fouad Damen doodde. In het interview zegt hij: “Natuurlijk had ik dit niet kunnen voorkomen. Maar je gevoel zegt iets heel anders.”

 

Het is precies die verscheurende spanning tussen verstand en gevoel, tussen hoofd en hart, waar mijn moeder en ik allebei al ons hele leven door geboeid zijn. “Het is ook de gedachte die ’s nachts, als hij in bed ligt, nog vaak door zijn hoofd schiet: had hij Jurgen kunnen helpen? Waarom is hij weggerend uit het lokaal? Had hij niet iets kunnen doen om de schietpartij te voorkomen? De schutter tegen de grond moeten gooien en vechten?” Jasper antwoordt zonder dat hij ervoor gestudeerd heeft, zo pijnlijk treffend als alleen de ervaringsdeskundige het kan. “Daar heb ik het heel moeilijk mee. Er zijn wel duizend scenario’s door mijn hoofd gegaan over wat ik had kunnen doen. Móéten doen.” En dan volgen die twee zinnetjes, in een uiterst ongemakkelijke spagaat: “Natuurlijk had ik dit niet kunnen voorkomen. Maar je gevoel zegt iets heel anders.”

 

‘Hij kon niet anders’

En daar hadden mijn moeder en ik het dus over, afgelopen zaterdag. Zij zei: “Hij kon niet anders. Als hij anders had gekund, had hij dat wel gedaan.” Miriam gelooft dat de vrije wil een illusie is, misschien moet ik dat erbij vertellen. Zij meent dat ons gedrag het gevolg is van oorzaken die we zelf niet gekozen hebben, ook niet kunnen kiezen. Wat je doet, is waartoe je bent gebracht. Er is dan ook geen enkele reden voor schuldgevoel, spijt of schaamte.

 

Hier verschil ik met mijn moeder van mening. We mogen dan wel beïnvloed worden door factoren buiten onze wil om: vervolgens maken we nog steeds de keuze hoe daarmee om te gaan. Jasper had dus wel degelijk iets anders gekund. Feit is echter dat hij het niet heeft gedaan. Ongetwijfeld met hele goede redenen: omdat het niet had uitgemaakt, omdat hij in paniek was, omdat hij voor zijn eigen leven vreesde. Wie zijn wij om hem te veroordelen?

 

Maar ik koos ervoor om dit allemaal niet tegen mijn moeder te zeggen. Of misschien kon ik wel niet anders dan het in te slikken. In deze fase van haar leven bevestig ik Miriam liever dan haar tegen te spreken en onzeker te maken. En misschien zou mijn betoog sowieso niet in haar hoofd belanden, met alle ruis die daar op dit moment heerst. Ik weet niet wie er gelijk heeft, en eerlijk gezegd boeit het me ook niet.

 

Wat ik wel voel, is een enorme sympathie voor slachtoffers en – dat vooral – overlevers. Dus hoop ik vooral dat Jasper zich weet te bevrijden van zijn schuldgevoel, van dat knagende en kwellende idee dat hij iets anders had ‘moeten’ doen. Als ik iets van mijn moeder-de-filosoof heb geleerd is het dit: dat het denken in ‘moeten’ je vooral verhindert om te doen wat je wil én kan. Jasper heeft keuzes gemaakt waarmee hij te leven heeft, of hij dat nu leuk vindt of niet. En hoe meer liefde en positiviteit hij daarbij in huis heeft of van anderen krijgt, hoe beter.

 

Slachtoffer en/of overlever

Hij zou zich kunnen laten inspireren door een ander slachtoffer-overlever: Edith Eger. De vrouw die Auschwitz overleefde en daarover op haar 90e ‘De Keuze’ publiceerde. Een leven lang worstelde zij met schuldgevoel omdat zij haar moeder niet had kunnen redden van de gaskamer. Totdat ze op een dag besloot dat ze zichzelf niet langer zou kwellen met de ‘Waarom (heb ik dit wel/niet gedaan)?’-vraag. En voortaan de volgende vraag centraal zou staan: wat nu?

 

En laat Jasper daarop nu al een uitstekend antwoord geven. Vandaag las ik wat hij gisteren tijdens zijn slachtofferverklaring zei tegen Fouad L. De dader die evenals zijn slachtoffers anders had gekund, maar niet iets anders heeft gedaan. En die dus zowel vrij was, als verantwoordelijk is voor de moorden die hij uit woede pleegde omdat hij zijn artsendiploma niet zou krijgen.

 

“Ik wil dat je één ding goed onthoudt, voor altijd,” zei Jasper gisteren. “Ik ga wel arts worden. Een goede arts, net als Jurgen. Een titel die jij nooit zal dragen. Bovenal zal ik een goed mens zijn, net als Jurgen. Iets wat jij zeker nooit gaat zijn.” Amen.