De vrouw die het zwijgen doorbrak

Het is 25 mei 1992. Vandaag precies dertig jaar terug baant Rosaria Schifani zich een weg door de volgepakte kathedraal van Palermo. Die dag wordt haar man Vito begraven. Samen met twee andere politiemannen en onderzoeksrechter Giovanni Falcone en diens vrouw, die zij moesten beschermen. Twee dagen eerder heeft de maffia hen opgeblazen op een Siciliaanse snelweg.

 

De weduwe weet hoe het werkt

Rosaria is nog maar 22 jaar dan en heeft een zoontje van net vier maanden. Eerst valt ze huilend om de hals van de kardinaal die de dienst leidt. “Nee, jij moet het zeggen,” voegt ze hem toe. Terwijl ze de kerk in wijst: “De Heer zal hen straffen. Ook al zijn ze hier binnen, ze zullen naar de hel gaan.” De jonge weduwe weet hoe het werkt op Sicilië. De maffiosi zijn almachtig en onbeschaamd. Wanneer ze hebben gemoord, wonen ze de begrafenis bij van hun slachtoffers en zitten daar zelfs met een uitgestreken gezicht vooraan. De kerk belooft hen vergeving, zolang ze maar biechten. En dus gaat het moorden door.

Als Rosaria de kardinaal vol emotie aanspreekt, antwoordt hij: “Laten we hopen dat ze zich bekeren.” Het is niet genoeg voor haar. Huilend: “Jij moet zeggen dat ze dat moeten doen.” De kardinaal weer: “Je hebt zelf ook gezegd dat ze spijt krijgen.” Met een afwerend gebaar spreekt hij twee keer exact dezelfde zin uit, als een routineuze bezweringsformule, een weesgegroetje wellicht: “Als ze spijt krijgen, worden ze vergeven.”

Rosaria loopt weg. Ze heeft die dag een brief gekregen, geschreven door een pastoor. Bedoeling is dat ze deze zal voorlezen. Maar de brief zegt haar niets. Ze mist het gevoel van urgentie, van drastische verandering ook. En dus kiest ze die 25e mei haar eigen woorden, terwijl het publiek in de zaal ademloos luistert, en 25 miljoen Italianen via de tv meekijken in een rechtstreekse tv-uitzending.

Het scheelt maar weinig of ze was niet eens te horen geweest. Veel later zal ze vertellen: “Zo was er zelfs iemand die de microfoon bij me weghield. Alsof hij daarmee wilde zeggen: ze zegt dingen die ze niet mag zeggen. Maar ik had een harde stem. Dus ik zei het toch.”

 

De kracht van onverdiend lijden

Wat volgt is een machtige mix van huilen, jammeren en aanklagen. Uitgesproken door een vrouw die als geen ander recht van spreken heeft, in haar hoedanigheid van onschuldig slachtoffer. Zelden werd duidelijker geïllustreerd wat Martin Luther King ooit schreef: dat er een enorme morele kracht kan uitgaan van onverdiend lijden, een kracht die bij uitstek bevrijdend werkt.

“Ik, Rosaria Costa, weduwe van Vito Schifani… Gedoopt in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest vraag ik uit naam van iedereen die zijn leven heeft gegeven voor de staat, in de eerste plaats om gerechtigheid.” Dan wordt Rosaria plotseling persoonlijk. “Ik richt me nu tot de mensen van de maffia, want die zijn hier aanwezig. Christelijk zijn zij zeer zeker niet. Weet dat ook voor jullie vergeving mogelijk is.” Nóg directer nu: “Ik vergeef jullie, maar jullie moeten voor me op de knieën.”

Terwijl applaus losbarst, breekt haar stem. “Hebben jullie de moed te veranderen? Het applaus zwelt verder aan. Rosaria praat niet meer, ze huilt alleen nog maar. Smekend en snijdend tegelijk klinken haar woorden: “Jullie moeten veranderen. Ze willen niet veranderen.” Nadat ze zichzelf weer bijeen heeft gepakt: “Verander radicaal, want jullie acties kosten mensenlevens.” Het is een van de laatste dingen die ze zegt voordat ze ineen stort en haar woorden niet meer te verstaan zijn.

 

Hier is iedereen medeplichtig

Jaren later herinnert Rosaria zich wat haar die dag bewoog. “In de brief stond niet: ‘Er is te veel bloed, de maffiosi zijn hier binnen’. De brief ging over vergiffenis, meer niet. Dus ik heb gezegd: ‘Hier is iedereen medeplichtig’. Ik bedoel niet dat de kardinaal schuldig is, maar dat ze onverschillig zijn. Ieder doet alleen wat hem gevraagd wordt. De kardinaal, de pastoor, ze zorgen dat de rust bewaard blijft in de kerk. Dat de begrafenis niet verstoord wordt. Maar soms moet je in verzet komen en de mensen op hun geweten aanspreken. Dat schudt je wakker.”

Het is een ongekende oproep, die een grote moed vereist. De maffia kan op dat moment vaak nog straffeloos optreden. Zelfs rechters en advocaten, politiemensen en politici blijken hun leven niet zeker… Iets wat we dertig jaar later in Nederland enigszins hebben leren kennen door de moorden op Derk Wiersum en Peter R. de Vries.

In de jaren daarna echter zullen maffiosi zichzelf vaker aangeven, geven anderen hen ook vaker aan. Het zijn de moed der wanhoop en de energie uit de woede van Rosaria Costa, die de zwijgplicht doorbreken en bijdragen aan de marginalisering van de maffia. Zonder dat ze overigens alleen lang en gelukkig leeft. In 2020 wordt haar broer Giuseppe in Palermo gearresteerd op verdenking van afpersing voor de maffia. En nog geen jaar geleden moet Rosaria haar verbijstering verbijten wanneer maffia-moordenaar Giovanni Brusca wordt vrijgelaten. Brusca is de dader van de bomaanslag waarbij haar man omkwam.

 

Kwetsbaar, gekwetst, krachtig

De geschiedenis is overduidelijk geen geasfalteerde weg die steeds omhoog voert naar nóg wat meer geluk of rechtvaardigheid, net zo min als dit geldt voor onze individuele levens. Maar al dertig jaar lang nu laat Rosaria Schifani zien dat zelfs één mens – uiterst kwetsbaar, tot op het bot gekwetst, en onvoorstelbaar krachtig – op cruciale momenten het verschil maken kan.

 

Foto: Letizia Battaglia

 

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.