Tag Archief van: politiek

Toeval of niet? De voorbije week verschenen – eerst in de NRC en toen in de Volkskrant – twee artikelen waarin de vrijheid bekritiseerd werd. Dat wil zeggen: de vrijheid van het individu. Dinsdag betoogden psychiater Esther van Fenema en predikant Joost Röselaers in de NRC: ‘Echte vrijheid betekent loslaten en ontstijgen van het individu’. Zaterdag schreef filosoof Tim Fransen in de Volkskrant dat ‘individuele vrijheid’ niet alleen de democratie ondermijnt, maar onze hele samenleving.

Het alternatief? Bij Fransen ‘collectief zelfbestuur’ en een ‘gevoel van saamhorigheid’. Bij Van Fenema en Röselaers ‘antimachteloosheid’ en ‘onze menselijkheid anno nu weer te voelen zoals die bedoeld lijkt’. Laat het duo nu net afgelopen donderdag een boek hebben uitgebracht onder de titel ‘Groter dan ik’. Vrij (no pun intended) naar het nummer van Froukje uit 2020. Wat zong ze ook alweer? Op dat we het redden met horten en stoten. En dat we gaan praten vooral met elkaar.

Het is makkelijk om beide betogen te ridiculiseren. Cynisch bijvoorbeeld, door ze ervan te beschuldigen dat ze Bevrijdingsdag aangrijpen om een carrière als cabaretier in stand te houden dan wel een boek te verkopen. Of inhoudelijker, omdat ze voorbijgaan aan 2500 jaar politieke filosofie waarin nogal wat goede punten zijn gemaakt tegen het beknotten van individuele vrijheid vanwege ‘algemeen belang’ of ‘iets wat groter is dan jezelf’. Geen woord over deze discussie in de stukken van Fransen, Van Fenema en Röselaers.

Maar laten we liever denken aan de cruciale twee woorden die het improvisatietoneel ons aanreikt, als het gaat om het gaande houden van discussie, spel of actie: niet zozeer nee, maar… of ja, maar… als wel: ja, én… Prima hoe drie denkers in de week voorafgaand aan 5 mei de risico’s van een vrijheid benadrukken die vooral leidt tot de eigen blijheid ten koste van het collectief (Fransen); of van een individuele maakbaarheidsdwang die ook het ‘ik’ niet werkelijk machtiger of gelukkiger maakt (Van Fenema en Röselaers). Point taken.

Nu nog bedenken hoe je onze autonomie begrenst op een wijze die recht doet aan de vrijheid die 81 jaar geleden bevochten is. Zonder valse romantiek over ‘collectief zelfbestuur’ en ‘saamhorigheid’. Want waartoe die in West en vooral Oost hebben geleid, kunnen we ons ook maar beter blijven herinneren. Als je het hem vraagt, heeft deze politiek filosoof nog wel een paar ideeën. Net als Froukje trouwens. Ik wil een toekomst en jij wil het ook. Of je blijft blind want waar vuur is is rook. De vlag kan uit.

Een reeks van tien bijeenkomsten waarin we terugkijken op de kwart eeuw sinds 11 september 2001: de aanslagen op de Twin Towers. We focussen daarbij op drie fenomenen die hierna in Nederland én erbuiten een grote rol zijn gaan spelen in onze politiek: charisma, populisme & polarisatie. Alle drie waren ze ook prominent aanwezig bij de komeetachtige opkomst van Pim Fortuyn, vlak na ‘9-11’ tot aan zijn dood op 6 mei 2002. Vanaf 11 september 2026 op de Volksuniversiteit Utrecht.

En weer komen er verkiezingen. Laten we eens gek doen en ons inbeelden dat ze werkelijk wat veranderen. Dat over een half jaar bij de koning op het bordes een kabinet staat waar de visie, de ambitie en de positiviteit vanaf spatten. Een kabinet dat niet onnodig polariseert en hele volksmassa’s van zich vervreemdt, maar miljoenen mensen inspireert om zelf in beweging te komen en dit land even revolutionair als vreedzaam te veranderen.

Eén probleem. De partij die dit kan bewerkstelligen bestaat nog niet. In plaats daarvan zie ik politici die angst aanwakkeren tot hysterie, en handelen in haat. En ik hoor hoe weer andere politici daarop antwoorden met eerst en vooral morele zelfgenoegzaamheid en nogal wat neerbuigendheid naar ‘de andere kant’. Ik mis een radicaal midden, ver weg van de extremen op links en rechts. Een partij die doet wat christendemocraten, sociaaldemocraten en liberalen deden als ze op hun best waren: Nederlanders – wier afkomst, inkomen en opleiding sterk uiteenliepen – bij elkaar brengen op basis van normen, waarden en idealen.

Sommige politici mobiliseren bij voorkeur met een gemeenschappelijke vijand, of met een gezamenlijke zondebok. Dat kan de asielzoeker zijn, de moslim, de Marokkaan of de EU. Hij kan ook Wilders heten, Trump of ‘het fascistische gevaar’. Die steeds maar aanvallen, kan goed voelen en levert je likes op van je eigen parochie. Maar helpt het jou en ons echt verder, dat eindeloze demoniseren en polariseren?

 

I Have a Nightmare

Stel je voor dat Martin Luther King alleen zou hebben uitgeroepen: ‘I Have a Nightmare’. En dat hij eindeloos zou hebben gehamerd op de slechtheid van zijn tegenstanders. Wat hij daarentegen deed, was zowel zijn aanhangers als die tegenstanders een droom aanreiken. Met op weg daarheen tastbare doelen en daden. Ik droom van een Nederland waar natuur geen linkse hobby is maar ons aller eerste zorg, zodat ook onze kinderen en kleinkinderen welvarend en veilig kunnen leven.

 

De economie van het genoeg

Precies daarom droom ik ook van een kabinet dat durft wat geen enkel eerder kabinet aandurfde. Een economie van het genoeg realiseren, niet ergens ver weg in de toekomst maar morgen of uiterlijk overmorgen al. Dat vereist doortastend beleid om te voorkomen dat natuurvernietiging tot voedsel- of energieschaarste leidt. Het vereist ook dat we alternatieven hebben voor degenen van wie we hierbij opofferingen vragen: of dit nu de bouw of boeren zijn, energieverslindende bedrijven of burgers met een klein budget. Zoals aan ieder ideaal hangt er een prijskaartje aan de economie van het genoeg… Zolang we deze kosten maar eerlijk verdelen en de sterkste schouders dus de zwaarste lasten dragen.

 

Het Wassenaar van de wereld

Er is nóg een issue waar ik meer realisme en redelijkheid zou willen zien. Ik heb het over onze omgang met de rest van de mensheid. Nederland is het Wassenaar van de wereld, een villawijk die onvermijdelijk aantrekkelijk is voor mensen die het minder goed hebben. De beste dienst die je hen bewijzen kunt, is helpen hun eigen landen veiliger en welvarender te maken. Vrede- en veiligheidspolitiek dus, maar ook actie ondernemen zodat de economie van het genoeg een wereldwijde realiteit wordt en mensen zich niet meer gedwongen voelen hun land te verlaten vanwege armoede of natuurrampen.

 

Tot het zover is, zullen de vluchtelingen, arbeidsmigranten en ‘gelukszoekers’ blijven komen. Het is aan degenen die hier al wonen, te bepalen hoe veel mensen we wel – of niet – willen toelaten. We hebben het volste recht om van wie hier komen wonen, te eisen dat ze Nederlands leren en ook anderszins integreren. Of het nu om asielzoekers gaat of om expats. En we hebben als samenleving de morele plicht om gastvrij te zijn voor politieke vluchtelingen, maar ook begrip te tonen voor wie zich zorgen maakt om de gevolgen van massamigratie, zonder mensen weg te zetten als Tokkies, racisten of xenofoben.

 

Laten we eens gek doen

Laten we eens gek doen. Een kabinet kiezen dat het juiste midden vindt tussen ‘rechtse’ bekrompenheid en ‘linkse’ zelfvoldaanheid. Zestien ministers vinden die achttien miljoen kiezers – de kiezers van nu en de kiezers van de toekomst – bezielen met hun beleid. Ziedaar de best denkbare remedie tegen autoritaire volksfluisteraars, tegen het soort heren en wellicht dames die je beloven al je problemen in een oogwenk op te lossen. Bij voorkeur zonder die o zo trage en lastige democratie. De vraag is niet die naar wel of geen democratie. De vraag is of we onze democratie van de broodnodige daadkracht gaan voorzien. Ik ben benieuwd naar de partij die ons hiertoe inspireren kan.

 

 

 

‘Volgens mij bent u toch meer activist dan filosoof’. Ik weet nog precies dat een bureauredactrice van De wereld draait door dit tegen me zei. Zojuist had ik haar een half uur lang verteld over mijn net verschenen boek Staat van Tederheid. Exit mijn fifteen minutes of fame. Gisteren – exact achttien jaar na de presentatie van dat boek – dacht ik aan wat Epictetus ooit concludeerde toen hij hoorde hoe iemand kwaad van hem sprak: “Blijkbaar was die man niet op de hoogte van al mijn andere slechte eigenschappen, want dan zou hij zich niet beperkt hebben tot wat hij gezegd heeft.”

 

Vlees eten en vegan leven

‘Activist’ zijn: dat is blijkbaar niet de bedoeling als filosoof. Gisteren kreeg ik het weer eens te horen. Een cursiste sprak me aan nadat ze had gelezen wat ik over vlees eten en veganisme schreef in mijn laatste boek De wereld omgekeerd. Voor de duidelijkheid: ik leef vegan, en ik heb daarvoor argumenten die ik ontleen aan de filosofie. Eerlijk gezegd verbaast het me dat niet veel meer filosofen dat doen. Dat vegan leven, én erover filosoferen, bedoel ik.

 

Gevangen in een grot

Over die andere filosofen gesproken… De geschiedenis is vergeven van denkers die niet alleen vertelden hoe mens en wereld in elkaar staken, maar ook hoe ze er idealiter uit zouden zien. Denk aan Plato met zijn oordeel dat het gros van ons gevangen in een grot leeft, en zijn opdracht aan de filosofen om ons er al verlichtend uit te leiden. Denk aan Hannah Arendt en haar oproep om je verstand te gebruiken. Niet alleen om uit te vinden wat waar is en wat niet, maar ook om het goede te doen voorbij ‘de banaliteit van het kwaad’.

 

Geen theoretisch tijdverdrijf

Of denk aan Karl Marx die meer dan de meeste anderen de daad bij het woord voegde. En dus persoonlijk deelnam aan de opstanden van zijn tijd. ‘Het wapen van de kritiek kan geen vervanging zijn voor de kritiek van de wapens,’ zo liet hij optekenen. Nou zit ik niet per se te wachten op wapengeweld. Maar in een wereld die nog altijd uitpuilt van onzin en onrecht, is naar mijn idee filosofie geen theoretisch tijdverdrijf.

 

Ik blijf dus denken en dromen, schrijven en spreken over de wereld zoals ze (nog) niet is maar wel kan worden. En dat ‘activist’ vat ik dan maar op als eretitel en geuzennaam. De wereld draait door draait niet meer. Ik op mijn beurt denk en doe door.

 

 

Soms voorspelt een spotprent de toekomst. In 2016 tekende Volkskrant-cartoonist Jos Collignon Donald Trump als typische Duckstad-boef. Oog in oog met Mickey Mouse legt hij de eed af, terwijl achter hem Dagobert Duck het uitproest en Goofy met een Amerikaans vlaggetje zwaait. Op zijn kop heeft hij een petje: ‘Make America Great Again’.

 

Dagobert Musk

Collignon’s cartoon was toen al spot-on. Maar had de tekenaar ooit kunnen vermoeden dat hij precies acht jaar later nog raker zou zijn? Vandaag wordt de 45e president van de Verenigde Staten ook officieel de 47e president. Waarschijnlijk vlak achter hem staat Dagobert – pardon: Elon – Musk. De rijkste man ter wereld, en eigenaar van het (niet altijd) sociale medium X.

 

De Zware Jongen

Er is al veel gezegd over waarom dit niet normaal is en het niet normaal zou moeten worden. Zoveel vermenging van belangen. Zo weinig beheersing van temperamenten en impulsen. Feit is dat de andere partij heel veel mensen geen fatsoenlijk alternatief te bieden had. En dat ze bij gebrek daaraan, uitblonk in overmatige correctheid, te creatief omgaan met de werkelijkheid, en tot vervelens aan toe herhalen hoe duivels De Zware Jongen – herstel: Trump – zou zijn.

 

De grootste Amerikaan

Het is toeval dat juist vandaag Amerikanen hun nationale feestdag vieren voor de man die misschien wel de grootste Amerikaan ooit was: Martin Luther King, Jr. Maar, zoals misschien wel de grootste Nederlandse voetballer ooit zei: ‘Toeval is logisch’. Dus is het ook niet meer dan logisch om ons te laten inspireren door de politicus zonder partij die King was; en waar ook ter wereld te werken aan alternatieven die vrijheid en gelijkheid, veiligheid en geborgenheid bieden, juist aan degenen van ons die deze het meest missen.

 

Anderen dan De Oranje Man

Vanaf vandaag regeren Donald Trump en Elon Musk. Tot ze ooit onvermijdelijk op elkaar botsen, waarschijnlijk frontaal. En dan regeert Trump verder. Wie weet, komen ze met beleid dat werkt. Dat zou fantastisch zijn. In de tussentijd is het aan anderen –  buiten de traditionele partijen op links en rechts – om met oplossingen te komen die noch elites, noch populisten in huis hebben. Ook in Nederland is dat de uitdaging, met onze eigen poldervarianten op De Oranje Man. Het worden interessante tijden in Duckstad. Wellicht moeten we onze hoop stellen op Donald en Katrien, de Drie Neefjes, en natuurlijk Guus Geluk. Of, misschien beter nog, vertrouwen op geen ander antwoord dan dat van onszelf.

 

 

 

 

 

 

Voorspellen is moeilijk. Vooral als het om de toekomst gaat. Maar dat dit kabinet de vier jaar niet gaat volmaken, lijkt zonneklaar. Daar zou je ook blij van kunnen worden. Schoof & Co immers stralen een ongekende kleinzieligheid uit; en een toewijding aan schijnproblemen die een veel betere zaak waardig is. Alleen lijkt de oppositie evenmin in staat tot een alternatief dat grote groepen kiezers trekt. Wat ontbreekt, is politiek die radicaal is zonder wereldvreemd te worden, intelligent zonder elitair te blijken, populair zonder populistisch te zijn.

 

Vijf principes waarop zo’n coalitie haar beleid zou kunnen baseren:

  1. Het besef dat milieu het veiligheidsprobleem van de 21e eeuw is. Geen linkse hobby of rode lap voor rechts. De manier waarop we met (de rest van) de natuur omgaan, zal bepalen of we overleven, en hoe we overleven. Ofwel we steken onze kop in het zand, ofwel we innoveren en investeren nu zodanig dat we onze kinderen en kleinkinderen niet met veel grotere kosten – en tekorten – opzadelen.
  2. Het inzicht dat Nederland het Wassenaar van deze wereld is. Een alsmaar bejaardere villawijk, te midden van miljarden jonge mannen en vrouwen die dringend behoefte hebben aan perspectief. Een braaf landje ook, oog in oog met veel meedogenlozer machten als China en Rusland. Wat we ook in eigen land doen, voor de buitenwereld behoeven we beleid dat ons verbindt met landen die zich beschaafd gedragen maar ook machtig zijn.
  3. Het bewustzijn dat voor veiligheid gelijkheid noodzakelijk is. Geen totale gelijkheid, maar ook niet de idiote kloof tussen haves en havenots die nu zowel mondiaal als nationaal bestaat. Klimaatactie zal primair betaald dienen te worden door de grootste vervuilers en -verdieners. Om met de rest van de wereld in vrede te leven, bestaat geen wondermiddel. Maar wereldwijde herverdeling van welvaart helpt uiteindelijk een stuk meer dan hogere hekken of hernieuwde grenscontroles bij Zundert of Zevenaar.
  4. De bereidheid om vluchtelingen op te vangen én migratie te reguleren. In een wereld vol oorlogen, brute dictaturen en natuurrampen die mensen op de vlucht jagen, is gastvrijheid voor wie veiligheid zoekt een morele plicht. En masse een meer welvarend leven elders zoeken daarentegen is helemaal begrijpelijk, maar ontwricht de plaats van bestemming evenzeer als het land van herkomst. Van wie we wél toelaten, mag worden verwacht dat zij zich aanpassen en integreren.
  5. De durf om voor dit beleid te gaan, dwars tegen gevestigde belangen in. Een van de grootste misvattingen van de voorbije 25 jaar stelt dat democratisering berust op referenda of burgerfora. De beste dienst die we onze democratie bewijzen, is politiek die zegt wat ze denkt en doet wat ze zegt. Het is een kabinet dat de onvermijdelijke pijn eerlijk verdeelt en onze problemen misschien niet altijd oplost, maar wel aanpakt. Met visie, moed en gedrevenheid.

‘Zijn er zoveel domme mensen in Amerika?’ Dat is het eerste wat mijn dochter van 14 vanochtend vroeg toen ik haar vertelde dat Donald Trump waarschijnlijk terugkeert in het Witte Huis. ‘Ja,’ antwoordde ik. Blijkbaar zijn er miljoenen Amerikanen die de kwaadaardigheid van de man niet doorzien. Of, misschien erger nog, die het niet kan schelen.

 

Drill, baby, drill

En dus is nu de weg vrij voor weer vier jaar natuurvernietiging (‘Drill, baby, drill‘), vanuit de kinderlijke ontkenning dat de energie- en klimaatcrisis bestaat. Voor het schenden van rechtsstaat en liberale democratie, door de man die de uitkomst van de vorige verkiezingen tot op de dag van vandaag weigert te erkennen. En voor het in de steek laten van de Oekraïne, oog in oog met die andere autocraat in wie Trump zoveel van zichzelf herkent.

 

Geen huilstruik zijn

Maar laten we geen huilstruik zijn die zich zelfs in de nederlaag boven zijn ‘vijand’ verheven waant. De domheid is immers ook te vinden bij de Democraten. Denk aan de Woke-gekte waarmee ze de voorbije tien jaar te vaak kritiek- en ruggengraatloos zijn meegegaan, en die ongetwijfeld een van de redenen is geweest dat kiezers zich van hen afwendden. Er is een grens aan hoe vaak je mensen kan vertellen dat ze niet deugen – want ‘wit’, want ’transfoob’, want ‘racist’…  Om vervolgens te eisen dat ze op je stemmen.

 

Er is een grens aan de mate waarin je eerst en vooral ‘vibes’ kan uitzenden. Zonder te verhelderen welk beleid je wenst en hoe dat beleid breekt met de manier waarop er de voorbije jaren is geregeerd. Te vaak in het belang van elites, en ten koste van kwetsbare mensen. En er is een letterlijke, fysieke grens aan je land, die je dient te beschermen. In plaats van miljoenen migranten toe te laten en degenen die hier terecht een probleem mee hebben, uit te maken voor – jawel, daar is-ie weer – ‘racist’ of ‘xenofoob’.

 

Wat vooral dom zou zijn is als wij hier aan de overkant van de oceaan de lessen missen die ook ons worden aangereikt. De belangrijkste: hoe herken je echte leiders, en onderscheid je ze van prutsers die zich als zodanig presenteren? Drie suggesties van deze politiek filosoof.

 

Fired up, ready to go!

1. Besef dat er een verschil is tussen realiteit en reality-tv. Twintig jaar terug begon de definitieve opmars van Donald Trump met de reality-tv-show The Apprentice. You’re Fired! werd een gevleugelde uitdrukking die miljoenen tv-kijkers met Trump associeerden. En wat was het mooi om hem dat vanaf 2016 te horen zeggen tegen politici die mensen het gevoel gaven dat ze op hen neerkeken. Met als climax die kakelverse zege van 5 november 2024.

 

Maar het is één ding om iemand op tv tekeer zien gaan. En iets heel anders wanneer hij zich dient te verhouden tot echte mensen, andere landen én last but not least die alsmaar verder verwonde moeder aarde. Tv is niet de gehele realiteit en politiek is geen kijksport waarbij je als burger kan volstaan met afstandsbediening of een veeg over het schermpje van je iPhone. Democratie vereist verantwoordelijke daden van burgers, en de natuur heeft ons aller actie nodig. Zoals een hele andere president, aan wie ik al acht jaar achter elkaar met weemoed terugdenk, ooit uitriep: Fired up, ready to go!

 

Levensgevaarlijk en wild onverantwoordelijk

2. Herken het kwaad wanneer dit je aanstaart. Trump is geen vermakelijke reality-tv-ster, een soort Gordon Ramsay, maar dan losgelaten op onze politiek. Het is een man die zichzelf niet kan beheersen, en daarom probeert anderen te overheersen. Om de klassieke definitie van de tiran maar weer eens van stal te halen die Plato ons ooit schonk. Zo iemand president maken van het machtigste land ter wereld, is levensgevaarlijk en wild onverantwoordelijk. Om nog maar te zwijgen van het risico dat Elon Musk heet. De man die we voorbij Donald Trump kunnen ontwaren. En die nu zijn idiote complottheorieën mag gaan uitleven vanuit het middelpunt van de macht, terwijl hij ondertussen aangenaam belangen verstrengelt.

 

Succesvol, maar niet bijster moreel

Afgelopen zondag zag ik The Apprentice. Niet de tv-serie, maar de film. Het verhaal van Trumps opkomst. Zijn duistere mentor Roy Cohn. En de wijze waarop die Trump hielp om van een moreel maar niet bijster succesvol, een succesvol maar niet bijster moreel mens te worden. Fictie, maar dan wel het soort fictie dat de realiteit mogelijk beter benadert dan veel journalistiek het doet. Trump zelf noemt de film een ‘lasterlijke en boosaardige (sic) aanval’. Mainstream media bekritiseerden The Apprentice omdat deze Trump als een mens presenteert met niet louter kwaadaardige kanten. Allebei prima aanbevelingen, lijkt me.

 

Toen ik van bioscoop naar station liep, praatte ik nog even na met de vriend waarmee ik de film gezien had. Hij was halverwege geestelijk afgehaakt, vertelde hij, omdat Trump vanaf dat moment te eendimensionaal ‘slecht’ leek. Ik was juist onder de indruk, zowel van de soms vriendelijke en redelijke menselijkheid in de jonge Trump.. als van de boze en boosaardige menselijkheid bij de latere versie van de man. Om met Nietzsche te spreken: zowel goed als kwaad zijn ‘menselijk, maar al te menselijk’. En mij boeit zowel de nuance, als de minder genuanceerde horror die mensen eigen kan zijn.

 

Leiders zijn net mensen

Leiders zijn net mensen. Dus draai er niet omheen als het smeerlappen blijken. Op het risico af dat ik Adolf Hitler vermeld, slechts vier zinnen verwijderd van Donald Trump: ook hij had ongetwijfeld fijne kanten. Ik denk aan zijn vegetarisme. Zijn aanhankelijkheid voor honden. Of zijn trouw aan Eva Braun. Maar dat maakt hem als mens en als leider niet minder kwaadaardig. Op zijn eigen, niet-genocidale maar totaal ondoordachte en onverantwoordelijke wijze, geldt dat ook voor Donald Trump. Hij vormt een gevaar, en dat kun je je maar beter realiseren. Al is het louter om in Nederland een dergelijk type niet het Torentje in te stemmen.

 

3. Wat is het alternatief? Kies leiders die verder kijken dan hun – en onze – neus lang is. Mannen of vrouwen als Mandela, die onrecht als onrecht herkennen en actie ondernemen op het moment dat deze nodig, én nog mogelijk is. ‘Gewone mensen zien nog niet eens het begin van de problemen die voor hen liggen,’ schreef Aristoteles ooit. ‘Dat vereist een echte staatsman’. Het probleem van veel leiders is dat ze geen staatsmannen of -vrouwen zijn. Ze focussen op de waan van de dag en de poll voor morgen. Ondertussen negeren ze de crises die zich aftekenen aan de horizon.

 

Grootmoedig en genereus

Of ze praten mensen naar de mond die het lastig vinden om zelf na te denken. Maken elites het hof, in plaats van hun belangen aan te pakken en de pijn eerlijk te verdelen. Echte leiders nemen de realiteit serieus, ook de realiteit die het gros van de mensen nog niet weet te onderscheiden. Ze hebben gevoel voor andermans emoties, bij voorkeur die emoties die niet gezellig en prettig zijn…. Frustratie, afgunst, woede, wrok, haat. Achter deze emoties ontwaren ze de menselijke behoefte om gehoord en gezien te worden. Vervolgens reageren ze met acties die op minstens zo sterke emoties zijn gebaseerd: liefde, zorg, verantwoordelijkheidsgevoel. Wanneer het gevecht eenmaal beslecht is, tonen deze leiders zich grootmoedig en genereus. Dan verbinden en verzoenen ze, precies zoals Madiba dat dertig jaar geleden kon.

 

Nu is het daarvoor nog te vroeg, op deze grijze ochtend in het najaar van 2024. Nu is het tijd om het kwaad in de bek te kijken. En je te bedenken wat je doen kunt, als burger of leider in een land dat evenals de rest van de wereld zal moeten dealen met de dwaas in het Witte Huis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vandaag stem ik voor het eerst in dertien jaar op een PvdA’er. Juist ja: Frans Timmermans. Ik heb op de Partij voor de Dieren gestemd, GroenLinks, SP en de ChristenUnie. Eén keer eerder stemde ik op de Partij van de Arbeid, op 9 juni 2010. Dat was de verkiezing waarbij Job Cohen het met één zeteltje verschil verloor van Mark Rutte. Vier kabinetten met de aimabele maar visieloze VVD-leider volgden, omdat tachtigduizend linkse kiezers te weinig die dag in 2010 strategisch stemden.

 

De zaak van het klimaat

Vandaag gaat het echt ergens om. Wordt het opnieuw VVD, of zelfs Wilders die de grootste wordt? Met ‘harde’ symboolpolitiek tegen alles wat niet 100% Hollands is, en boterzacht beleid oog in oog met de klimaatcrisis? Of wordt het Omtzigt, die dan waarschijnlijk ook over rechts gaat? Wat mij betreft is er één topprioriteit en dat is de zaak van het klimaat. Milieu is het veiligheidsprobleem van de 21e eeuw. Als we nu niet doorpakken, ziet de toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen er niet florissant uit, om nog maar te zwijgen over degenen die nu in de arme landen al lijden onder de oververhitting van de planeet.

 

Dus laat ik me niet weerhouden door alle mogelijke kritiekpuntjes die je op de kandidaat Frans Timmermans kunt uiten. Who gives a fuck hoe hij eruitziet, hoe hij praat, of wat er verder nog allemaal op hem aan te merken valt. Er ligt een programma dat zowel natuur als sociale rechtvaardigheid ten goede komt. En dat ook nog eens van twee partijen die tot nu toe altijd gescheiden hebben opgetrokken, maar nu dan eindelijk over hun schaduw heen springen.

 

Klaar voor de sprong

De vraag is of ook wij kiezers de sprong aandurven. Ik ben er klaar voor. Eindelijk komt de droom uit die ik in 2005 ontvouwde in Socialisme & Democratie: een alternatief akkoord van GroenLinks en PvdA (maar dan niet met de SP erbij, zoals ik toen nog hoopte). De droom is dus ten dele geslaagd, maar ook zo’n gedeeltelijk succes volstaat. “Zou het te veel gevraagd zijn,” schreef ik, “van de linkse drie om (…) tot een gedeelde visie te komen op het Nederland dat ze samen dromen? Zo zouden zich de contouren aftekenen van een natie die binnen en buiten de eigen grenzen welvaart helpt herverdelen, haar economie duurzaam maakt en haar burgers inspireert tot gezamenlijke actie, wat ook hun afkomst of geloof mag zijn. Zo’n Nederland zou, veel beter dan het huidige, in staat zijn te antwoorden op de uitdagingen van deze eeuw.” Tot zover Van smalle marges tot brede lanen.

 

Ja, ik droom opnieuw, met mijn ogen wijd geopend. Dat we voor het eerst in 25 jaar weer een linkse partij de grootste maken. En dan een centrumlinks kabinet krijgen dat de professionaliteit en het hart voor gewone mensen van Pieter Omtzigt combineert met de klimaatrechtvaardigheid van GroenLinks en de PvdA; en waarin verder zowel CDA, D66, Volt, SP als Partij voor de Dieren een plek kunnen vinden. Niet omdat we een kabinet nodig hebben waar ‘links’ zijn vingers bij kan aflikken. Maar omdat er oog in oog met een perfecte storm visie vereist is die verder kijkt dan de waan van de dag.

“Iemand moest Josef K. belasterd hebben. Want zonder dat hij iets slechts had gedaan, werd hij op een ochtend gearresteerd.” Zo begon Franz Kafka in 1915 zijn roman Het Proces. Toen het boek tien jaar later eindelijk verscheen, was de fictie realiteit in Mussolini’s Italië en de Sovjet-Unie onder Stalin. Een realiteit die zich miljoenen malen zou herhalen in politiestaten als Nazi-Duitsland en de DDR, Mao’s China en Castro’s Cuba.

 

Proces zonder vorm van proces

De kern van Kafka’s roman was een huiveringwekkende paradox… Dat er een proces plaatsvindt precies zonder ‘vorm van proces’. Zonder een heldere aanklacht die gedegen bewezen dient te worden en waarbij je onschuldig bent totdat je schuld is aangetoond. Zonder een fatsoenlijke rechtsgang die zowel jou als anderen de kans geeft om je onschuld te bewijzen. En mét anonieme klagers die nooit de moed of het fatsoen hebben om je in je gezicht te vertellen wat precies jou te verwijten valt. Gevolgd door een straf van een bureaucratisch monster dat aanklager, rechter en beul tegelijk blijkt.

 

Grensoverschrijdend gedrag en een veilige omgeving

Gelukkig leven we hier anno 2022 niet in een totalitaire staat. Toch moest ik gisteren aan het begin van Het Proces denken toen ik een persbericht van de politieke partij Volt las: “Volt heeft zondag Tweede Kamerlid Nilüfer Gündogan geschorst. In de afgelopen weken heeft de partij enkele meldingen ontvangen die wijzen op grensoverschrijdend gedrag van het Kamerlid. De partij heeft naar aanleiding van deze meldingen een extern integriteitsbureau ingeschakeld om onderzoek te doen naar deze meldingen. Volt heeft nu besloten om het Kamerlid per direct te schorsen als lid van de Voltfractie. Dit om voor betrokkenen een veilige omgeving te creëren voor het vervolg van het onderzoek en om hoor en wederhoor te kunnen laten plaatsvinden.”

 

De geschiedenis herhaalt zich als tragikomedie

In een van zijn helderder momenten schreef de man die het communisme van China, Cuba en de Sovjet-Unie inspireerde dat de geschiedenis zich herhaalt. De ene keer als tragedie, de andere keer als farce. In dit geval lijkt het resultaat een combinatie van beide: een tragikomedie dus. Het tenenkrommende proza roept herinneringen op aan Kafka en Orwell, aan Marx en Stalin. Dat alles  in de blender… Waarna men nog een paar zaadjes juridisch- en marketing-jargon toevoegt. ‘Grensoverschrijdend gedrag’, ‘enkele meldingen’, ‘een extern integriteitsbureau’, ‘een veilige omgeving’, ‘hoor en wederhoor’. Ziedaar de hedendaagse variant van iemand die je afserveert zonder je in het gezicht te vertellen wat precies je fout hebt gedaan. En hoe je dit redelijkerwijs herstellen kan.

 

Ongewenst intieme prinsjes

2022 is nog geen drie maanden oud, en we hebben het nu al een paar keer gezien… Hoe mensen niet letterlijk en lijfelijk worden terechtgesteld, maar wél op grond van anonieme bronnen worden aangeklaagd en afgevoerd van de plek waar ze functioneerden. Konden we in het geval van de ongewenst intieme prinsjes die huishielden bij The Voice of Holland en Ajax nog vaststellen dat daar naast rook ook vuur was… Maar zeker in dat eerste geval was de trial by (social) media weerzinwekkend en in strijd met het principe dat ook (vermeende) daders onschuldig zijn tot een onafhankelijke rechter ze heeft veroordeeld.

Met ‘de affaire-Gündogan’ is een nieuwe mijlpaal bereikt. Hier komen wij noch de beklaagde te weten wat precies het delict is en wie er exact een probleem met haar hebben. Daarmee blijken ‘enkele meldingen’ te volstaan om een persoonlijke of politieke afrekening te verrichten. Niet per se door degenen die klagen (om de simpele reden dat we niet weten wie zij zijn). Maar zeker door degenen die er belang bij hebben dat het Kamerlid op non-actief gaat en straks buiten de fractie staat. Het gaat er niet om wat je van Gündogan vindt – ik kende haar niet en van haar partij vind ik weinig tot niets. Waar het om draait is het respecteren van de rechtsstaat. Of, als ik het een onsje minder chique maar niet minder gemeend mag formuleren… om een moedige, open en waardige manier van doen oog in oog met je vrienden, en zelfs met je vijanden.

 

Hun mooie idealistische partij

Toen ze hun mooie idealistische partij oprichtten zullen de jongens en meisjes van Volt het vast niet zo hebben bedacht, en zeker niet bedoeld: dat ze zich nog geen vier jaar later zouden gedragen als maoïsten in Madurodam-formaat. Gelukkig maken degenen die tegenwoordig anderen aanklagen en zonder vorm van proces afvoeren bij lange na niet de brokken van de Culturele Revolutie. Het idee is echter hetzelfde: beschuldig anoniem, straf voordat schuld is vastgesteld, en doe alsof je jezelf op de morele hoogvlakte bevindt.

Dit is het patroon in de affaires van de afgelopen maanden en de cancel-cultuur zoals die in de mode is gekomen onder wie woke, ‘weg met ons’ en ‘wxyzlhbtq’ is. En de schuldigen… die buigen maar beter het hoofd en putten zich uit in de excuses en zelfbevlekking die ze krijgen aangereikt. Dat iemand dit alles voorziet van het therapeutisch taaltje van ‘veilige omgeving’ en ‘grensoverschrijdend gedrag’ maakt het niet overtuigender. Wel hypocrieter en ongeloofwaardiger.

 

Aan mijn lijf geen polonaise meer

Misschien ben ik extra gevoelig – wie weet, zelfs overgevoelig – omdat ik als tiener en vroege twintiger communist was en in die tijd genoeg anonieme aanklachten en afgedwongen bekentenissen heb mogen meemaken voor een heel mensenleven. Aan mijn lijf geen polonaise meer, en al helemaal geen mini-maoïsme. Mogelijk ook kan ik de term ‘veilige omgeving’ niet meer horen sinds ik vijf jaar geleden als kritische docent op de School voor Journalistiek van de directeur begreep dat diverse mensen zich ‘onveilig’ voelden door wat ik in mijn columns in het hogeschoolblad schreef. Nooit kreeg ik te horen wat precies tot ‘onveiligheid’ leidde. Nooit ook bracht een van de betreffende collega’s het lef op om mij te vertellen dat hij een van die mensen was of wat zij van mij verwachtte. Wel werd ik op deze manier opzichtig richting uitgang begeleid, een vertrek dat ik uiteindelijk zelf verkoos.

Het wordt tijd dat we anonieme verdachtmakingen en schuilen achter andermans rug gaan zien als wat ze zijn… Kleinzielig en kortzichtig gedrag, waarmee degene die het begaat zichzélf diskwalificeert. En dat we nooit maar dan ook nooit buigen voor het soort kwezelaars dat zichzelf als progressief voordoet maar uiteindelijk regelrecht uit Kafka’s Proces weggelopen lijkt.

 

 

Gisteren publiceerde ik op deze plek een artikel over wat ik als gevaarlijk en kwaadaardig zie in de coronacrisis. Daarbij ging ik met gestrekt been in op enkele mensen die een rol spelen in deze crisis. Mijn impact als politiek filosoof is lastig te overschatten, maar hoe bescheiden hij ook is: dit is niet de bijdrage die ik wil leveren. En al helemaal niet in een tijd dat veel mensen voor hun leven vechten en minstens zoveel andere mensen zich uit de naad werken om een dodelijke ziekte te weerstaan. Ik op mijn beurt ga nu vooral geven wat ik kan aan wie ik liefheb, en wat ik te geven heb, beoogt iets wezenlijks en positiefs.
Wat ik te geven heb, beoogt iets wezenlijks en positiefs